Jansen, J. (2003). [Review of: Th. Borgstedt, W. Schmitz (2002) Martin Opitz (1597-1639). Nachahmungspoetik und Lebenswelt. (Frühe Neuzeit, Band 63.)]. Zeventiende Eeuw, 19(1), 140-141.
Jansen, J. (2003). [Review of: Sari Kivistö (2002) Creating Anti-Eloquence. `Epistolae obscurorum virorum' and the Humanist Polemics on Style]. Renaissance Quarterly, 56(3), 864-865.
Jansen, J. (2002). Het geslaagde spreken: welsprekendheid als beroepsbekwaamheid in de zeventiende eeuw. Zeventiende Eeuw, 18(1), 31-42.
Jansen, J. (2002). [Review of: G.P. Norton (1999) The Cambridge History of Literary Criticism. Vol. III: The Renaissance]. Zeventiende Eeuw, 18(1), 90-91.
Jansen, J. (2002). [Review of: D. Heinsius. De constitutione tragoediae. La constitution de la tragédie dite La Poétique d'Heinsius. Edition, traduction et notes par Anne Duprat]. Zeventiende Eeuw, 18(2), 238-239.
Aalbers, M. B., Cortie, C. P. A. M., Jansen, J., & Thissen, J. F. C. M. (1999). Traditie en verandering. Rooilijn, 32(7), 316.
Jansen, J. (1997). Zeven maal Hooft. Lezingen ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van P.C. Hooft, uitgesproken op het herdenkingscongres in de Amsterdamse Agnietenkapel op 21 mei 1997. AD&L.
Jansen, J. (1997). Inleiding: 21 mei 1647 - 21 mei 1997. In J. Jansen (Ed.), Zeven maal Hooft. Lezingen ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van P.C. Hooft, uitgesproken op het herdenkingscongres in de Amsterdamse Agnietenkapel op 21 mei 1997 (pp. 9-12). (12)..
Jansen, J. (1997). Huilen met Hooft. In W. van den Berg, & H. Pleij (Eds.), Mooi meegenomen? Over de genietbaarheid van oudere teksten uit de Nederlandse letterkunde (pp. 69-74).
Jansen, J. (1997). Een Neolatynse encyclopedie en een voorrede in de moedertaal. Twee opvattingen over 'perspicuitas' in 1616. In M. Spies, C. van Eck, & T. Streng (Eds.), Een kwestie van stijl. Opvattingen over stijl in kunst en literatuur (pp. 79-95).