Zelfstandig verblijfsrecht van schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers: ontbreken van bestaansmiddelen niet relevant
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | Nederlands Tijdschrift voor Europees Recht |
| Volume | Issue number | 16 | 7 |
| Pages (from-to) | 231-237 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In het arrest Baumbast en R. heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) reeds bepaald dat kinderen van migrerende werknemers het recht hebben om in de gastlidstaat hun opleiding te voltooien en daarbij begeleid mogen worden door de persoon die daadwerkelijk voor hun verzorging instaat. In de zaken Ibrahim en Teixeira, die beide op 23 februari 2010 werden gewezen, bevestigt het Hof van Justitie dit recht expliciet en geeft het aan dat de financiƫle voorwaarden die de burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG stelt aan economisch niet actieve burgers niet gelden voor verzorgers van schoolgaande kinderen. Bovendien maakt het Hof van Justitie duidelijk dat het afgeleide verblijfsrecht voor verzorgers onder omstandigheden kan blijven voortbestaan indien het kind meerderjarig is. Het Hof van Justitie kent daarmee een bijzonder belang toe aan de rechtspositie van kinderen die onderwijs volgen en hun daadwerkelijke verzorgers, waardoor zij worden bevoorrecht ten opzichte van andere familieleden van voormalige werknemers en Unieburgers.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/tijdschrifteuropeesrecht/2010/7/NtER_1382-4120_2010_016_007_002.pdf |
| Permalink to this page | |
