HR (De erfrechtelijke gevolgen van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | JBN : Juridische Berichten voor het Notariaat |
| Article number | 18 |
| Volume | Issue number | 2010 | 20-4 |
| Pages (from-to) | 7-9 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Eindelijk is de - waarschijnlijk voorlopig laatste - uitspraak gewezen in de zaak die begon met de geboorte in 1964 van een kind dat buiten huwelijk door een notaris was verwekt. De notaris is in 1992 overleden waardoor zijn neef ab intestaat erfgenaam leek te zijn.Thans is geoordeeld dat de vaststelling van het vaderschap op grond van art. 1:207 BW in die zin terugwerkende kracht heeft dat het kind van de notaris enig erfgenaam is. De erfgenamen van de neef, die in 2002 zelf ook is overleden, moeten het restant van de nalatenschap aan de zoon afgeven. Het oordeel van het hof dat zij vanaf de invoering van de vaststelling van het vaderschap in 1998 rekening en verantwoording dienen af te leggen en aan hem de nalatenschap inclusief beleggingsrendementen en andere vermogensopbrengsten dienen af te geven, blijft in stand.
|
| Document type | Case note |
| Note | LJN BJ 9629 |
| Published at | http://opmaatvoorhetnotariaat.sdu.nl/nbonline/d/gen/IMPRJBN-2010041753 |
| Permalink to this page | |