Hof 's-Hertogenbosch (rolnummer HV 200.086.655, LJN BU5583: opheffing gemeenschap van goederen)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 24 |
| Volume | Issue number | 2012 | 2 |
| Pages (from-to) | 149-152 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen in 2008. Op 13 december 2010 heeft de vrouw een verzoekschrift ingediend tot opheffing van de gemeenschap. Dit verzoek is dezelfde dag ingeschreven in het huwelijksgoederenregister en op 16 december 2010 gepubliceerd in een dagblad.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. De vrouw is hiervan in hoger beroep gekomen op 6 mei 2011. De man heeft een verweerschrift ingediend op 29 juli 2011. De advocaat van de man heeft zich onttrokken aan de onderhavige procedure bij faxbericht van 10 oktober 2011. Intussen zijn partijen gescheiden: de beschikking is uitgesproken op 1 juli 2011; de inschrijving vond plaats op 14 oktober 2011. In het hoger beroep voert de vrouw aan dat zij regelmatig wordt geconfronteerd met onbetaalde rekeningen van de man. Zij kan geen contact krijgen met de man sinds november 2010. De woonplaats van de man is onbekend. De man voert aan dat nu hij de rekeningen en sommaties niet heeft ontvangen, hij geen actie had kunnen ondernemen. Als hij deze wel had ontvangen, dan had hij ze wel betaald. Het is dus aan de vrouw te wijten dat de schulden oplopen omdat zij geen actie onderneemt. Het hof neemt aan dat sinds partijen feitelijk uit elkaar zijn, de vrouw geen contact heeft kunnen krijgen met de man zodat zij geen opheldering kan krijgen over de rekeningen en herinneringen die zij ontvangt. De man is in hoger beroep ook niet verschenen. Hij heeft de stellingen van de vrouw dat hij haar geen inzicht verschaft in de stand van de gemeenschap en de daarop verhaalbare schulden, waaronder de door de man nieuw aangegane en te zijner naam staande schulden, alsmede het over de goederen van de gemeenschap gevoerde bestuur, niet althans onvoldoende weersproken. Dat leidt er toe dat voldaan is aan een van de gronden voor opheffing van de huwelijksgemeenschap. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en heft de gemeenschap van goederen op die tussen partijen bestaat. Ingevolge art. 1:111 BW werkt deze beschikking terug tot de dag van het onderhavige verzoek van de vrouw. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2012/24 |
| Permalink to this page | |