| Abstract |
Bij een bedrijfseconomisch ontslag zijn diverse tijdsdimensies te onderscheiden. De eerste dimensie is dat bij de beƫindiging allerlei tijdstippen van belang zijn, zoals het afspiegelmoment en het moment waarop de herplaatsingstermijn aanvangt. De tweede dimensie ziet op de vraag hoe de kantonrechter toepassing van regels uit de eerste dimensie, hier toegespitst op herplaatsing, moet beoordelen: ex nunc of ex tunc (en wanneer is dat?). Een derde dimensie betreft de vraag in hoeverre de rechter in hoger beroep ex nunc of ex tunc oordeelt.
|