ECtHR (17966/10: Manzanas Martín v. Spain)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Article number | 146 |
| Volume | Issue number | 2012 | 8 |
| Pages (from-to) | 1790-1801 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De klager, Manzanas Martín, was van 1 november 1952 tot en met 30 juni 1991 werkzaam als priester bij de Spaanse evangelische kerk. Hoewel hij gedurende deze periode loon ontving van de kerk, betaalde de laatste geen sociale verzekeringspremies met betrekking tot zijn aanstelling. Na zijn pensionering in 1991 diende Manzanas Martín een verzoek tot uitbetaling van pensioen in bij het Spaanse Nationale Sociale Verzekeringsinstituut (INSS). Zijn verzoek werd echter geweigerd, aangezien hij niet de vereiste werkzame periode van 15 jaar zou hebben volgemaakt die recht gaf op uitbetaling van pensioen. Manzanas Martín ging in beroep tegen deze weigering op grond van het feit dat de Spaanse pensioenwetgeving in strijd zou zijn met het non-discriminatiebeginsel. Hoewel de wetgeving bepaalde dat geestelijken onder het sociale-zekerheidsregime vielen, was deze regeling pas sinds 1998 van toepassing op evangelische geestelijken, terwijl katholieke priesters al sinds 1977 onder de regeling vielen. Het arbeidstribunaal in Barcelona honoreerde in eerste instantie het beroep. Dit oordeel werd echter teruggedraaid door het Hof in Catalonië, dat van mening was dat het ontbreken van een recht op pensioen te wijten was aan het uitblijven van een akkoord tussen de staat en de evangelische kerk en niet te wijten was aan nalatigheid van de staat. Een klacht bij het Spaanse Constitutionele Hof was eveneens onsuccesvol. Manzanas Martín diende vervolgens een klacht in bij het EHRM op basis van schending van de art. 9 en 14 EVRM en art. 1 van het Eerste Protocol.
Het Hof is van mening dat art. 14 EVRM jo. art. 1 EP geschonden zijn. De late integratie van evangelische geestelijken in het socialezekerheidsregime in verband met het lange uitblijven van een akkoord met de evangelische kerk viel weliswaar binnen de margin of appreciation van de Spaanse staat. Echter, het in stand laten van een verschil in behandeling van gelijksoortige situaties, enkel op basis van een onderscheid naar religie, was volgens het Hof niet gerechtvaardigd. |
| Document type | Case note |
| Language | English |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2012/146 |
| Permalink to this page | |