HR (14/01521: Geruisloze inbreng met terugwerkende kracht; incidenteel fiscaal voordeel)

Authors
Publication date 2015
Journal BNB : Beslissingen in Belastingzaken
Article number 144
Volume | Issue number 2015 | 14
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Ter zake van zijn werkzaamheden in het kader van zijn eenmanszaak heeft belanghebbende in april 2007 een eenmalige bate genoten van $ 1 miljoen. In september 2007 heeft belanghebbende een intentieverklaring opgesteld om met ingang van 1 januari 2007 de onderneming voor rekening en risico van een nog op te richten BV te drijven. In maart 2008 is de BV opgericht en is belanghebbendes onderneming daarin ingebracht. Belanghebbende heeft verzocht deze inbreng per 1 januari 2007 geruisloos te laten plaatsvinden. De Inspecteur heeft dit verzoek afgewezen omdat de terugwerkende kracht tot gevolg zou hebben dat een incidenteel fiscaal voordeel zou worden behaald. Het Hof heeft de Inspecteur daarin gevolgd.

HR: Het tariefvoordeel, bij een bepaalde omvang van de winst, tussen enerzijds de IB/PVV over de winst uit onderneming en anderzijds de vennootschapsbelasting en (op termijn) de heffing van IB/PVV over de aanmerkelijkbelangwinst, is bij omzetting van de onderneming in een BV niet een incidenteel maar een permanent voordeel. Dit tariefvoordeel is ook verbonden aan de winst, behaald in de periode van terugwerkende kracht van een geruisloze inbreng. De enkele omstandigheid dat vóór de intentieverklaring een hoge incidentele bate opkwam in het kader van de door belanghebbende gedreven en in de BV in te brengen onderneming, waardoor het tariefvoordeel in het jaar van terugwerkende kracht groot was, maakt dit voordeel nog niet een incidenteel fiscaal voordeel.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CA0D6E&cpid=WKNL-LTR-Nav2
Permalink to this page
Back