| Abstract |
In plaats van elkaar achteraf de maat te nemen naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire is het verstandiger om de energie van de wetgever, het bestuur, de rechter en de wetenschap te besteden aan hoe het beter kan. In dit artikel wordt onderbouwd dat de Afdeling bestuursrechtspraak voor de strenge interpretatie van de kinderopvangtoeslagwetgeving heeft kunnen kiezen, al was dat met de kennis van nu geen gelukkige keuze. In het tweede deel van de bijdrage wordt gereflecteerd op de verhouding wetgeving en bestuursrechtspraak, en welke rol de wetenschap hierin zou kunnen spelen.
|