Hof Amsterdam (Handelskamer) (nr. 106.007.228/01)

Authors
Publication date 2009
Journal Nederlandse Jurisprudentie
Article number 467
Volume | Issue number 2009 | 42
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Hugo Sinzheimer Instituut (HSI)
Abstract
CWI heeft aan werkgever ontslagvergunning verleend, waarna arbeidsovereenkomst met werknemer, die na reorganisatie ziek is geworden en vervolgens arbeidsongeschikt is verklaard, is opgezegd. Werknemer stelt beroep in.Kantonrechter oordeelt dat opzegging in gegeven omstandigheden kennelijk onredelijk is en veroordeelt werkgever tot betaling aan werknemer van € 32.500 bruto wegens schadevergoeding.
Het hof overweegt in hoger beroep dat bij de beoordeling van de vraag, of de gevolgen van de opzegging voor werknemer te ernstig zijn in vergelijking met belang van werkgever bij opzegging, de rechter alle omstandigheden van het geval, zoals omschreven door het hof, ten tijde van het ontslag in onderlinge samenhang in aanmerking dient te nemen (o.a. HR 15 februari 2008, NJ 2008, 111) (rov. 3.2.4). Indien is geoordeeld dat de opzegging kennelijk onredelijk is, komt schadevergoeding aan de orde. De hoogte daarvan wordt begroot volgens de formule XxYxZ, waarbij de X-factor staat voor het aantal gewogen dienstjaren, de Y-factor voor het laatstverdiende salaris en de Z-factor voor de zogenoemde correctiefactor (rov. 3.2.5).
Het vorenstaande in aanmerking genomen overweegt het hof dat in de gegeven omstandigheden van het geval het ontslag door werkgever van werknemer zonder enige vergoeding als kennelijk onredelijk moet worden gekwalificeerd (rov. 3.3-3.7). In zoverre verenigt het hof zich met het oordeel van de kantonrechter. Met betrekking tot de omvang van de door werkgever te betalen schadevergoeding komt het hof echter tot een ander oordeel dan de kantonrechter. Het aantal gewogen dienstjaren van werknemer — de X-factor — bedraagt 28. Het laatstverdiende bruto maandsalaris vermeerder met vakantietoeslag en dertiende maand — de Y-factor — bedroeg € 3.645. Het hof acht termen aanwezig de correctiefactor — de Z-factor — niet te stellen op het uitgangspunt van 0,5. Aangenomen moet worden dat de arbeidsongeschiktheid niet door verwijtbaar handelen van werkgever is ontstaan. Dit brengt het hof tot het oordeel dat de schadevergoeding op basis van de XYZ-formule moet worden vastgesteld met inachtneming van een correctiefactor van 0,15 (rov. 3.8). Volgt vernietiging vonnis waarvan beroep en veroordeling werkgever tot betaling aan werknemer van € 15.000 bruto.
Nederlandse Jurisprudentie
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://www.kluwer.nl:80/deeplink/resolver.jsp?id=00047EDB0
Permalink to this page
Back