| Abstract |
Tot op heden is, althans voor zover mij bekend, in de literatuur geen aandacht geschonken aan de fiscale gevolgen van de verstrekking van onzakelijke geldleningen door AB-houders die na deze verstrekking zijn geƫmigreerd vanuit Nederland naar een andere staat. In deze bijdrage zal nader ingegaan worden op de bijzondere problematiek die hiermee samenhangt. De problematiek zal worden behandeld aan de hand van een tweetal voorbeelden. Daarbij zal uitgegaan worden van de stand van de huidige fiscale regelgeving en rechtspraak.
|