Verhoging BTW-tarieven podiumkunsten

Open Access
Authors
Publication date 2010
Series 2010, 79
Number of pages 18
Publisher Amsterdam: SEO
Organisations
  • Related parties - SEO Economisch Onderzoek
Abstract
1.1 De Brauw Blackstone Westbroek N.V. en SEO Economisch Onderzoek hebben de Vereniging Vrije Theater Producenten ("VVTP"), de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties ("VSCD"), de Vereniging Van EvenementenMakers ("VVEM") en de Vereniging Nederlandse Poppodia en - Festivals ("VNPF") belangeloos aangeboden een onderzoek te doen naar de rechtmatigheid en andere gevolgen van de verhoging van de BTW-tarieven voor podiumkunsten. Het onderzoek is uitgevoerd door Mr Drs Ruud Hermans en Prof. Dr Barbara Baarsma. De bevindingen van dit onderzoek zijn de volgende:
1.2 De voorgenomen verhoging van het BTW-tarief op podiumkunsten van 6% naar 19% is strijdig met de BTW-richtlijn. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU verzet het beginsel van fiscale neutraliteit zich ertegen dat soortgelijke goederen of diensten, die dus met elkaar concurreren, uit het oogpunt van de BTW ongelijk worden behandeld, zodat die goederen of
diensten aan een uniform tarief moeten worden onderworpen.
1.3 Omdat de podiumkunsten concurreren met andere culturele evenementen en voorzieningen die tegen een tarief van 6% worden belast, zoals musea, bioscopen, attractieparken, kermissen en circussen, is er sprake van concurrentievervalsing, hetgeen de voorgenomen verhoging van het BTW-tarief op de podiumkunsten strijdig maakt met de BTW-richtlijn.
1.4 Als het BTW-tarief op podiumkunsten wordt verhoogd, valt het te verwachten dat de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Nederland zal starten, zoals zij in het verleden ook meerdere malen heeft gedaan tegen andere lidstaten die in strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel een verschillend BTW-tarief invoerden voor goederen of diensten die met elkaar
concurreren.
1.5 De beleidsdoelstelling die de regering met de BTW-verhoging beoogt (meer ruimte geven aan de samenleving en particulier initiatief) zal niet worden bereikt.
1.6 De op een termijn van slechts drie maanden, midden in het lopende theaterseizoen, in te voeren verhoging van het BTW-tarief getuigt van een uiterst onzorgvuldig en willekeurig wetgevingsproces:
 Het verlaagde BTW-tarief voor podiumkunsten is in 1998 ingevoerd en is in 2008 positief geëvalueerd. De culturele sector mocht uit deze evaluatie afleiden dat het lage BTW-tarief gehandhaafd zou blijven. In vertrouwen hierop zijn ondernemers in de sector meerjarige
investerings- en andere verplichtingen aangegaan welke onmogelijk op korte termijn kunnen worden herzien of geannuleerd.
 De partijen binnen de culturele sector kunnen de gevolgen van de BTW-verhoging niet op een termijn van enkele maanden, midden in een lopend theaterseizoen, opvangen. Een van de redenen daarvoor is dat er voor het lopende seizoen contracten zijn gesloten die niet - of althans niet zonder hoge kosten - tussentijds kunnen worden opengebroken.
 Het doorvoeren van een BTW-verhoging halverwege het theaterseizoen leidt tot een nodeloze administratieve rompslomp. Voor veel voorstellingen die na 1 januari 2011 plaatsvinden zijn de
entreebewijzen, waarop de prijs staat vermeld, gedrukt en gedeeltelijk al verkocht. Deze prijzen zullen, als de aanbieder de BTW-verhoging aan de consument wil doorberekenen, handmatig moeten worden aangepast. De administratie van de theaters is er verder niet op ingericht om met twee verschillende BTW-tarieven te werken, waarvan de toepasselijkheid afhankelijk is van het moment waarop de entreebewijzen zijn verkocht en betaald.
 De invoering van een BTW-verhoging zonder een deugdelijke overgangsregeling is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. In overleg met de reisbranche heeft de regering er voor gekozen de nieuwe BTWregeling voor de reisbranche in te voeren per 1 april 2012 om de branche voldoende gelegenheid te geven op de gevolgen hiervan te anticiperen.
1.7 De opbrengst van de BTW-verhoging op podiumkunsten zal door substantiële vraaguitval veel lager zijn dan door de regering begroot. Omdat de aanbieders een belangrijk deel van de BTW-verhoging niet zullen kunnen afwentelen op afnemers, zal een BTW-verhoging op podiumkunsten ook leiden tot een vermindering van de opbrengsten van de1.8 De werkgelegenheid zal ten gevolge van de BTW-verhoging met minimaal 1150 fte afnemen.
1.9 Het culturele aanbod zal door de BTW-verhoging afnemen.
Document type Report
Note 6 december 2010
Language Dutch
Published at http://www.seo.nl/pagina/article/verhoging-btw-tarieven-podiumkunsten/
Downloads
Verhoging BTW-tarieven podiumkunsten (Final published version)
Permalink to this page
Back