HR (zaaknr. 13/02163: 30%-regeling: voor toetsing aan driemaandsperiode bij tewerkstelling bij nieuwe inhoudingsplichtige worden tijdens of aansluitend aan de eerdere tewerkstelling in deeltijd verrichte (neven)werkzaamheden niet meegerekend)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | BNB : Beslissingen in Belastingzaken |
| Article number | 156 |
| Volume | Issue number | 2014 | 15 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende (Belgische nationaliteit, wonend in België) is per 15 april 2001 in dienst getreden bij een Nederlandse NV. Het verzoek om toepassing van de 30%-regeling is ingewilligd voor de periode 1 april 2001 t/m 31 maart 2011. Per 1 april 2009 is de tewerkstelling van belanghebbende bij de NV geëindigd en is hij benoemd tot lid van de raad van commissarissen van een holding. Het verzoek om toepassing van de 30%-regeling is toegewezen voor de periode 1 april 2009 t/m 31 maart 2011. Per 29 juni 2010 is belanghebbende benoemd tot commissaris van een BV. Zijn tewerkstelling als commissaris van de holding is ongewijzigd in stand gebleven. De Inspecteur heeft ditmaal het verzoek om toepassing van de 30%-regeling afgewezen. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op toepassing van de 30%-regeling voor zijn tewerkstelling bij de BV voor de resterende looptijd tot en met 31 maart 2011.
HR: Art. 9c lid 1 Uitv.besl. LB 1965 bepaalt dat indien een ingekomen werknemer tijdens de looptijd van de 30%-regeling een andere inhoudingsplichtige krijgt, de bewijsregel desverzocht gedurende de resterende looptijd van toepassing blijft, mits de periode tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de aanvang van de tewerkstelling door de nieuwe inhoudingsplichtige niet langer is dan drie maanden. Blijkens de toelichting op het uitvoeringsbesluit stelt het slot van de bepaling buiten discussie dat aan het vereiste van schaarse specifieke deskundigheid van de werknemer niet meer kan worden voldaan bij overschrijding van een termijn van drie maanden tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de aanvang van de tewerkstelling door de nieuwe inhoudingsplichtige. Aangezien de tewerkstelling bij de BV is aangevangen langer dan drie maanden na de beëindiging van de voorafgaande tewerkstelling bij de NV, moet ervan wordt uitgegaan dat belanghebbende niet voldoet aan het vereiste van schaarse specifieke deskundigheid. De omstandigheid dat hij direct na de beëindiging van de tewerkstelling bij de NV in deeltijd werkzaamheden bij de holding is gaan verrichten die voor de toepassing van de 30%-regeling in aanmerking komen, maakt dat niet anders. Gelet op zijn bewoordingen is art. 9c lid 1 Uitv.besl. LB 1965 niet van toepassing indien een werknemer op wie de 30%-regeling van toepassing is een andere dienstbetrekking aanvaardt zonder dat de tewerkstelling waarop die bewijsregel van toepassing is wordt beëindigd, en zonder dat sprake is van een eerdere tewerkstelling waarop de 30%-regeling van toepassing was en die niet langer dan drie maanden tevoren is beëindigd. De Hoge Raad doet zelf de zaak af door ook het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel te verwerpen. De gevallen waarop belanghebbende zich beroept zijn volgens de Hoge Raad onvoldoende vergelijkbaar. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C710E1&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |