Onderzoek Leraar, een kleurrijk beroep: het oriëntatietraject
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 16-08-2023 |
| Number of pages | 17 |
| Publisher | Amsterdam: Universiteit van Amsterdam |
| Organisations |
|
| Abstract |
In 2018 startte – in het kader van het actieplan Lerarentekort Amsterdam – een project met als doel de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar in Amsterdam te versterken om daarmee te stimuleren dat Amsterdamse leraren met plezier en passie in het (Amsterdamse) onderwijs blijven werken. Het belangrijkste aangrijpingspunt voor het project is het vergroten van de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling van leraren, daarbij geïnspireerd door het Beroepsbeeld voor de Leraar (zie Snoek, De Wit & Dengerink, 2020). De premisse is dat het ervaren van ontwikkelmogelijkheden leidt tot meer arbeidssatisfactie en – als gevolg daar van – tot retentie, tot het willen blijven werken in het onderwijs. Daartoe werden – in samenwerking met lerarenopleidingen en scholen – verschillende leergangen ontwikkeld. Deze cursussen hadden betrekking op expertrollen zoals leiderschap van leraren en pedagogisch-didactische expertise, en waren gericht op het uitbreiden van het handelingsrepertoire van de deelnemers. Onderdeel van het project was een flankerend onderzoek, niet alleen om de impact van de leergangen in kaart te brengen, maar ook om zicht te krijgen op de premisse van het project: dat professionele ontwikkeling bijdraagt aan werkplezier en zo aan het behoud van leraren voor het beroep. Vanaf het cursusjaar ’20-’21 werd er – naast de reguliere leergangen – ook een oriëntatietraject voor leraren aangeboden, bedoeld om leraren te ondersteunen in het nadenken over hun ontwikkelmogelijkheden. Uit het onderzoek naar de reguliere leergangen kwam naar voren dat de deelnemers aan de leergangen al zeer gemotiveerd waren om in het onderwijs te blijven werken. Dat is uiteraard goed nieuws, maar maakte dat de onderzoekspopulatie minder geschikt was om uitspraken te doen over wat ervoor kan zorgen dat leraren die overwegen het beroep te verlaten te behouden voor het beroep. De verwachting is dat de deelnemers aan het oriëntatietraject tot de ‘risicogroep’ behoren – tot die groep docenten die overweegt te stoppen met lesgeven. Dat is uiteraard slecht nieuws in algemene zin, maar maakt dat deze groep juist heel geschikt is om te onderzoeken of en hoe het ervaren van ontwikkelperspectieven het verschil kan maken – of dat kan helpen leraren voor het beroep te bewaren. Dit onderzoek richt zich op de deelnemers van het oriëntatietraject. Er deden in totaal vijftien respondenten mee aan dit onderzoek: acht in cursusjaar ’20-’21; vijf in ’21-’22, en twee in ’22-’23. Dat is – zeker voor een vragenlijstonderzoek – weinig. Dat betekent dat de resultaten met enig voorbehoud gezien moeten worden. We komen daar in de resultatensectie nog op terug. Het doel van het onderzoek onder de deelnemers aan het oriëntatietraject is: 1. Meer zicht krijgen op de beweegredenen van (Amsterdamse) docenten om dan wel het beroep te verlaten, dan wel in het beroep te blijven in algemene zin (dus los van de deelname aan het traject). Pagina 3 2. Daarnaast wil de projectgroep graag weten wat de impact is van het loopbaanoriëntatietraject en dan met name of en hoe het helpt om docenten voor het beroep te behouden.
|
| Document type | Report |
| Language | Dutch |
| Downloads |
III Onderzoek naar het oriëntatietraject
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |