Van faalervaring naar leerervaring: zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beïnvloeden?
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 06-2015 |
| Number of pages | 61 |
| Publisher | Amsterdam: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek |
| Organisations |
|
| Abstract |
Reflecteren op attributies heeft beperkt effect op motivatie, inzet en prestaties van brugklasleerlingen
Net na de overgang naar de brugklas kunnen faalervaringen veel impact hebben op brugklasleerlingen. Om brugklassers weerbaarder te maken voor faalervaringen is een mentorles ontwikkeld die leerlingen anders leert kijken naar de oorzaken van hun falen. Onderzoek laat enkele kleine effecten zien van de interventie op de motivatie en prestaties van leerlingen, waarvan sommige in de gewenste richting en andere juist in ongewenste richting. Ontwikkelingspsycholoog Astrid Poorthuis en onderwijskundige Jaap Schuitema die het onderzoek uitvoerden concluderen dat de ontwikkelde interventie geen kant-en-klare oplossing biedt om leerlingen weerbaarder te maken voor faalervaringen. Wel kunnen de ontwikkelde materialen door docenten ingezet kunnen worden als een eerste stap om meer aandacht te hebben voor de gedachten en gevoelens van leerlingen over hun cijfers. Cijfers beïnvloeden motivatie Cijfers roepen veel emoties op bij leerlingen en beïnvloeden hun motivatie voor school. Hoe leerlingen denken over de oorzaken van hun cijfers (attributies) is bepalend voor hun voor hun verdere inzet in de klas. Leerlingen kunnen een onvoldoende wijten aan controleerbare factoren, zoals hun inzet of hun aanpak, maar ook aan niet controleerbare factoren, zoals hun capaciteiten, de docent of toeval. Als leerlingen geneigd zijn hun falen toe te schrijven aan factoren waar ze zelf geen controle over hebben, dan zullen ze eerder opgeven: Ze hebben immers toch geen invloed op de uitkomst. Mentorles uit hoger onderwijs aangepast en onderzocht In samenwerking met brugklasmentoren is een bestaande interventie waarvan de effectiviteit voor studenten in het eerste jaar van het hoger onderwijs al is aangetoond aangepast voor brugklasleerlingen. De interventie bestaat uit één mentorles waarin leerlingen reflecteren op hun prestaties. Ze krijgen een video te zien waarin twee leerlingen over hun prestaties praten en concluderen dat deze waarschijnlijk het gevolg zijn van inzet en het gebruik van de juiste strategieën. De video wordt gevolgd door verschillende werkbladen waarmee de leerlingen de gekregen informatie kunnen verwerken. De effecten van de attributie-interventie werden onderzocht in een experimentele opzet: 49 brugklassen werden op basis van toeval toegewezen aan een interventieconditie of een controleconditie. Voorafgaand, kort na en langer na de interventie vulden leerlingen vragenlijsten in over hun attributiestijl, emoties, motivatie en inzet. Positief effect Zoals verwacht bleek de interventie een positief effect te hebben op de inzet van leerlingen. Ook bleken leerlingen falen minder toe te schrijven aan toeval (een factor buiten je controle). Specifiek voor gymnasiumleerlingen was er een positief effect van de interventie op de zelfwaardering en het gebruik van metacognitieve strategieën (de mate waarin leerlingen actief bezig zijn met hun leerproces). Deze effecten waren over het algemeen klein maar wel nog zichtbaar vier maanden na de interventie. Ook onverwachte en onwenselijke effecten Er was echter ook een aantal onverwachte en onwenselijke effecten van de interventie. Kort na de interventie leidde de interventie tot minder ervaren controle, meer hopeloosheid en meer testangst. Specifiek voor gymnasiumleerlingen en voor leerlingen zónder faalervaringen had de interventie op korte termijn een klein negatief effect op hun schoolprestaties. Deze onwenselijke effecten waren zeer klein en van korte duur. Voor leerlingen met een faalervaring had de interventie ook na vier maanden nog een klein negatief effect op het gebruik van metacognitieve strategieën. Reacties mentoren achteraf Mentoren in de praktijk zullen dus weinig effecten op groepsniveau waarnemen van de interventie. Dat neemt niet weg dat de interventie een individuele leerling wel zou kunnen helpen. Uit interviews met mentoren blijkt dat veel van hen vonden dat de les goede gesprekken opleverde over dit onderwerp en dat dit thema inderdaad leeft onder leerlingen. De in dit onderzoek ontwikkelde materialen kunnen door mentoren gebruikt worden om meer inzicht te krijgen in wat cijfers met hun leerlingen doen. Ook maakt het mentoren (en andere docenten) bewust van de manier waarop ze communiceren over de oorzaken van cijfers. Lesmateriaal mentorles brugklas De mentorles heeft als titel meegekregen Cijfers: wat doe jij er aan? Het doel is dus om leerlingen meer te richten op de oorzaken van falen waar ze zelf controle over hebben. Het lesmaterial staat onder Publicaties (handleiding, werkbladen en hand-out) en onder Relevante links (video voor tijdens de mentorles). |
| Document type | Report |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.nro.nl/onderzoeksprojecten-vinden/?projectid=405-15-515-van-faalervaring-naar-leerervaring-zijn-reacties-van-leerlingen-op-lage-cijfers-te-beinvloeden |
| Downloads |
Onderzoeksverslag-Van-Faalervaring-naar-Leerervaring_Poorthuis-Schuitema-Van-Zwieten_def
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |
