Duitsland en de medezeggenschap in de (kleine) onderneming
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Host editors |
|
| Book title | Medezeggenschap in kleine ondernemingen |
| Series | OR strategie en beleid. Thema, 17 |
| Pages (from-to) | 101-117 |
| Publisher | Alphen aan de Rijn: Vakmedianet |
| Organisations |
|
| Abstract |
In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de ontwikeling van de medezeggenschap in Duitsland. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is in Duitsland, net als in Nederland, de oprichting van een ondernemingsraad niet zo maar af te dwingen; zonder initiatief van werknemerszijde komt geen ondernemingsraad tot stand. Wel is het zo dat in een overgrote meerderheid van het Duitse grootbedrijf de medezeggenschap stevig verankerd is. Zodra gekeken wordt naar de categorie kleinere bedrijven neemt de naleving in Duitsland snel af. Dat is echter in Nederland niet veel anders. Een van de centrale doelstellingen van de hervorming in 2001 van de medezeggenschapswetgeving (het Betriebsverfassungsgesetz) was het stimuleren van een betere verspreiding van de medezeggenschap in bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt met een lage naleving (bouw, handel, diensten) en in zogenaamde ‘medezeggenschapsvrije zones’ waarbij in het bijzonder gedoeld werd op het MKB. De Duitse wetgever achtte het zowel vanuit politiek, als vanuit economisch opzicht noodzakelijk hier iets aan te doen. De wetgever ging er daarbij van uit dat medezeggenschap zeer tot voordeel strekt, dat de kosten ruim tegen de baten opwegen en dat het goed organiseren van de medezeggenschap (dus) profijtelijk is voor het bedrijfsleven.
|
| Document type | Chapter |
| Language | Dutch |
| Permalink to this page | |