Een proactievere rol van de Hoge Raad in belastingzaken?

Authors
Publication date 2010
Journal Weekblad voor Fiscaal Recht
Volume | Issue number 139 | 6882
Pages (from-to) 1468-1473
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
De auteur reageert op het voorstel van prof. dr. R.H. Happé tot invoering van een voor cassatie vatbare beschikking en een Skatterättsnämden. Happé vooronderstelt een balansverstoring binnen de trias politica in het nadeel van de derde macht die hersteld moet worden doordat de rechter een interessanter product op de markt van rechtszekerheid gaat aanbieden dan het bestuur doet door convenanten, rulings, certificering, enzovoort. Wattel vraagt zich af of dat zo is en of een prefactuele procedure - naast een voor burgerlijke zaken reeds aanhangige prejudiciële procedure - veel heil zal brengen uit een oogpunt van (snellere) rechtszekerheid. Preventieve rechtsbescherming is overigens wellicht onontkoombaar, gezien jurisprudentie van EHRM en HvJ EU. Hij stelt uitvoeringsvragen aan de orde en benadrukt dat 1. een goed, selectief en snel werkend filter moet bestaan voor aan de Hoge Raad voor te leggen prefactuele vragen en 2. de Hoge Raad vrij moet zijn wel of niet te antwoorden, gezien de prejudiciëring die ervan uitgaat. Hij wijst er tenslotte op dat er bij de Hoge Raad straks zes efficiency- en kerntaakversterkende maatregelen naast elkaar moeten functioneren (art. 80a Wet RO (niet in behandeling nemen), art. 81 Wet RO (ongemotiveerd verwerpen), sprongcassatie, prejudiciële vragen van de feitenrechter, prefactuele vragen van fiscus of belanghebbende via de Skatterättsnämden en cassatie in het belang der wet) en dat het dus misschien tijd wordt voor een verlofstelsel.
Document type Article
Note Reactie op: Happé, R.H. (2010) Rechtspraak op het moment dat het ertoe doet. --- Weekblad voor Fiscaal Recht, 139 --- (6882), 1456-1467.
Language Dutch
Permalink to this page
Back