De payrollonderneming, de inlener en het werkgeverschap in de (lagere) jurisprudentie
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | Tijdschrift Arbeidsrechtpraktijk |
| Volume | Issue number | 3 | 1 |
| Pages (from-to) | 19-23 |
| Number of pages | 5 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In haar bijdrage in de TAP special 'tien jaar flexwet' van december vorig jaar onderzocht Knipschild aan de hand van de jurisprudentie en de ontwikkelingen in de uitzendsector van de afgelopen tien jaar of de wettelijke regeling van de uitzendovereenkomst haar doel heeft bereikt. Daarbij kwam tevens de opkomst van payrolling aan de orde. Payrolling is een vorm van uitbesteding van het werkgeverschap die sinds enkele jaren steeds vaker wordt toegepast. Van het begrip payrolling bestaat geen wettelijke definitie. Doorgaans merken de inlener en de door hem aangezochte payrollonderneming de verhouding tussen de payrollonderneming en de werknemer aan als een uitzendovereenkomst ex art. 7:690 BW. Inmiddels hebben verschillende lagere rechters zich uitgesproken over het werkgeverschap en de werkgeversaansprakelijkheid bij payrolling. In deze bijdrage bespreekt de auteur deze rechtspraak en de mogelijke gevolgen hiervan voor de payrollingconstructie. Directe aanleiding hiervoor is het vonnis in kort geding van de kantonrechter te Groningen van 15 december 2009, waarin wordt geoordeeld dat de payrollwerknemer op grond van een arbeidsovereenkomst ex art. 7:610 lid 1 BW in dienst is bij de inlener.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatarbeidsrecht.sdu.nl/opmaatarbeidsrecht/d/gen/SDU-TAPA-20100103 |
| Downloads |
SDU-TAPA-20100103.pdf
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |