Hof 's-Gravenhage (zaakrnr. 200.082.059/01: LJN BP7558: personen- en familierecht: internationale kinderontvoering; rechterlijk bevel)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 328 |
| Volume | Issue number | 2012 | 23/24 |
| Pages (from-to) | 3628-3634 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Vrouw, man en in 2008 in Vlaardingen uit affectieve relatie tussen beiden geboren minderjarige hebben de Turkse nationaliteit. Man heeft minderjarige erkend. Vrouw heeft minderjarige in maart 2010 vanuit Nederland meegenomen naar Frankrijk. Man heeft minderjarige in april 2010 vanuit Frankrijk meegenomen naar Nederland. Vrouw verzoekt door tussenkomst van Centrale Autoriteit teruggeleiding van minderjarige naar haar in Frankrijk (rov. 1-5).
De rechtbank ’s-Gravenhage heeft bij beschikking van 27 januari 2011 dit verzoek afgewezen en daarbij overwogen dat de vader weliswaar in strijd met het gezagsrecht van de moeder en daarmee onrechtmatig handelt, maar dat niet gesproken kan worden van ongeoorloofde overbrenging of ongeoorloofde achterhouding in de zin van art. 3 van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). Centrale Autoriteit komt in hoger beroep (rov. 6-10). Het hof onderzoekt in welk land de minderjarige onmiddellijk voor zijn overbrenging door de vader van Frankrijk naar Nederland zijn gewone verblijfplaats had en of de moeder het gezagsrecht alleen of gezamenlijk met de vader uitoefent (rov. 8-9). Het hof komt tot het oordeel dat de vader, door de minderjarige tegen de wil van de moeder mee te nemen naar Nederland en tegen haar wil in Nederland te houden, in strijd met het gezagsrecht van de moeder handelt en de minderjarige derhalve ongeoorloofd heeft overgebracht naar Nederland en niet doen terugkeren in de zin van art. 3 HKOV (rov. 13). Het hof overweegt verder dat geenszins is komen vast te staan dat het risico bestaat dat het kind door zijn terugkeer wordt blootgesteld aan een lichamelijk of geestelijk gevaar dan wel op enigerlei andere wijze in een ondragelijke toestand wordt gebracht (rov. 14). Volgt vernietiging bestreden beschikking en last tot teruggeleiding minderjarige naar zijn gewone verblijfplaats in Frankrijk, uiterlijk op 13 maart 2011 met bevel tot afgifte van de minderjarige aan de moeder , uiterlijk op voormelde datum. [Opm.red.: cassatieberoep verworpen, HR 23 september 2011, 11/01236 (LJN: BR3062), RvdW 2011/1145; conclusie A-G strekte tot verwerping.] |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Downloads |
Turksekinderontvoering-EVRM-2.docx
(Accepted author manuscript)
|
| Permalink to this page | |
