| Abstract |
De Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid staat als uitzondering toe dat vrouwen een voorkeursbehandeling krijgen. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden zijn door het Hof van Justitie EU in een aantal arresten uitgewerkt. In Nederland heeft het College voor de Rechten van de Mens enige oordelen gegeven over de toelaatbaarheid van een voorkeursbehandeling. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de in die oordelen gevolgde lijn in overeenstemming is met de arresten van het Hof van Justitie, en of, waar zij daarvan afwijken, die afwijking verdedigbaar is.
|