Rb. Rotterdam (zaaknr. C/10/409512 / HA ZA 12-834: verjaring, letselschade)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Rechtspraak Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht |
| Article number | 37 |
| Volume | Issue number | 2014 | 4 |
| Pages (from-to) | 533-546 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De zoon van eisers is op 22 september 1996 in het ziekenhuis geboren. Bij de bevalling was een aan het ziekenhuis verbonden gynaecoloog aanwezig. De bevalling werd gecompliceerd door een schouderdystocie. Direct na de geboorte bleek dat de rechterarm van de zoon niet (goed) functioneerde.
Op 16 juni 2008 is de zoon onderzocht door een orthopedisch chirurg. Deze heeft per brief van 19 juni 2008 bericht dat er sprake is van blijvende schade aan de rechter schoudergordel (restant Erbse parese) en dat de functie van de arm niet kan worden verbeterd bij gebreke van therapeutische opties. Per brief van 19 maart 2009 stellen de ouders voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordigers van hun zoon het ziekenhuis en de gynaecoloog aansprakelijk. De aansprakelijkheidsverzekeraar beroept zich op verjaring omdat het de ouders al kort na de bevalling duidelijk moet zijn geweest dat er schade was opgetreden aan de arm van de zoon en dat de gynaecoloog hiervoor aansprakelijk zou kunnen zijn. De ouders hebben tot 19 maart 2009 geen stuitingshandeling(en) verricht. Rb.: De verjaringstermijn gaat lopen zodra de patiƫnt voldoende zekerheid heeft dat de schade/het letsel (mede) is veroorzaakt door tekortschietend of foutief medisch handelen. Voor zover de gynaecoloog kort na de bevalling in 1996 aan de ouders heeft meegedeeld dat het letsel in de toekomst zou herstellen, betekent dat niet dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen vanaf het moment dat de orthopedisch chirurg in 2008 heeft meegedeeld dat de functie van de arm niet meer kon worden verbeterd. Onbekendheid met de exacte omvang van de schade in 1996 staat niet in de weg aan het instellen van een vordering. De rechtbank verwerpt het beroep op de uitspraak van het Europese Hof van 7 juli 2009, appl. nr. 1062/07 (Stagno/Belgiƫ), waarin werd geoordeeld dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook al heeft de gynaecoloog na de bevalling meegedeeld dat de arm in de toekomst zou herstellen, dan betekent dat niet dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen vanaf het andersluidende oordeel van de orthopedisch chirurg. Voor het gaan lopen van de verjaringstermijn is niet vereist dat absolute duidelijkheid bestaat ten aanzien van de omvang en het blijvende karakter van de schade of dat een medische eindtoestand is bereikt. De verjaringstermijn is op 23 september 1996 gaan lopen en de vordering is met ingang van 23 september 2001 verjaard. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C6B707&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Permalink to this page | |
