HR (zaaknr. 10/01049, LJN BQ6731: geen groepsbelediging in column studentenblad Hogeschool)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 37 |
| Volume | Issue number | 2012 | 4 |
| Pages (from-to) | 344-356 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Op zichzelf voor Joodse mensen beledigende uitlatingen in een column. Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de in de tenlastelegging vermelde uitlatingen heeft het hof niet alleen acht geslagen op de bewoordingen van die uitlatingen, maar ook op de context waarin zij zijn gedaan. Daarbij heeft het hof onder ogen gezien of de gewraakte uitlatingen een bijdrage (kunnen) leveren aan het maatschappelijk debat of een uiting zijn van artistieke expressie en of de uitlatingen al dan niet onnodig grievend waren. Het hof heeft voorts in aanmerking genomen dat een columnist - naast de voor een ieder geldende vrijheid van meningsuiting zoals gewaarborgd in art. 10art. 10 EVRM - een zekere vrijheid van artistieke expressie geniet. Vrijspraak getuigt niet van een verkeerde rechtsopvatting.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00B801F4&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Permalink to this page | |