NJ 2016/275

Open Access
Authors
Publication date 2016
Journal Nederlandse Jurisprudentie
Article number 275
Volume | Issue number 2016 | 27/28
Pages (from-to) 3547-3582
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Elektriciteitswet 1998. Uitbrengen offerte netbeheerder in strijd met de Elektriciteitswet?; geschilprocedure op voet art. 51 Elektriciteitswet; bindende kracht onherroepelijke geschilbeslissing toezichthouder (NMa); onrechtmatigheid. Toerekenbaarheid ook bij onvoorziene en onvoorzienbare wending rechtspraak?; netbeheerder is geen bestuursorgaan; geen gelding van regels voor besluitaansprakelijkheid; stelsel van bindende geschilbeslechting van art. 51 Elektriciteitswet; bescherming afnemers; toerekenbaarheid o.g.v. verkeersopvattingen.
De procedure bij de NMa waarvan in de onderhavige zaak sprake is, is een op art. 51 Elektriciteitswet 1998 gebaseerde geschilprocedure. Op de voet van deze bepaling kan een partij die een geschil heeft met een netbeheerder over de wijze waarop deze zijn taken en bevoegdheden op grond van de Elektriciteitswet 1998 uitoefent, dan wel aan zijn verplichtingen op grond van deze wet voldoet, een klacht bij de toezichthouder (destijds de NMa) indienen. De beslissing van de toezichthouder is ingevolge art. 51 lid 4 (destijds lid 3) Elektriciteitswet 1998 bindend, met dien verstande dat tegen de beslissing bezwaar en vervolgens beroep bij het CBb openstaat. De beslissing van de raad van bestuur van de NMa houdt in dat de klacht van Windpark met betrekking tot de door Delta geoffreerde aansluittarieven gegrond is. Hieruit, alsmede uit de motivering van deze beslissing, volgt onmiskenbaar dat de offerte van Delta naar het oordeel van de NMa in strijd was met art. 27 lid 2 aanhef en onder d Elektriciteitswet 1998. Nu deze beslissing onherroepelijk is geworden, is dit oordeel voor Delta in haar verhouding tot Windpark bindend. Dat betekent dat (ook) in de onderhavige procedure tussen die beide partijen uitgangspunt moet zijn dat Delta bij het uitbrengen van haar offerte aan Windpark in strijd met de wet heeft gehandeld en derhalve onrechtmatig.
De in de rechtspraak van de Hoge Raad ontwikkelde regel dat in geval van vernietiging door de bestuursrechter van een besluit van een bestuursorgaan wegens strijd met de wet, de civielrechtelijke onrechtmatigheid van dat besluit en de toerekenbaarheid daarvan aan het bestuursorgaan gegeven is, ook als het bestuursorgaan terzake geen enkel verwijt treft, heeft betrekking op door een bestuursorgaan genomen besluiten die in strijd zijn met de wet. Delta is echter geen bestuursorgaan en het door Windpark aan Delta verweten handelen betreft (dan) ook niet het nemen van een bestuursbesluit maar een ander soort handelen (het uitbrengen van een offerte). Genoemde regel is daarop niet van toepassing.
Delta neemt op grond van de wet een monopoliepositie in als (enige) beheerder van het elektriciteitsnet in Zeeland. Zij moet haar taken en bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de regels van de Elektriciteitswet 1998, welke regels mede strekken ter bescherming van afnemers als Windpark. Ook het stelsel van bindende geschilbeslechting van art. 51 Elektriciteitswet 1998 strekt ter bescherming van afnemers als Windpark. In dat licht moet het (onherroepelijke) besluit van de NMa in de geschilprocedure tussen Delta en Windpark ook bepalend worden geacht voor de toerekenbaarheid van de (door de NMa in strijd met de Elektriciteitswet 1998 geoordeelde) handeling van Delta. Een andere opvatting zou afbreuk doen aan de hiervoor bedoelde rechtsbescherming van Windpark tegenover Delta. Het voorgaande brengt mee dat de hier aan de orde zijnde onrechtmatige daad van Delta naar verkeersopvattingen voor haar rekening moet komen.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CC01A2&cpid=WKNL-LTR-Nav2
Downloads
Annotatie_Windpark_Delta (Accepted author manuscript)
Permalink to this page
Back