Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen: De PIJ nader beschouwd
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2008 |
| Journal | Strafblad |
| Volume | Issue number | 6 | 3 |
| Pages (from-to) | 286-299 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De strafrechtelijke maatregel Plaatsing in een Jeugdinrichting (PIJ) (art. 77s Sr) is de zwaarste maatregel die het jeugdstrafrecht kent vanwege de vrijheidsbeneming met een maximale duur van zes jaar. De PIJ wordt toegepast in geval van zeer ernstige delicten en/of gebrekkige ontwikkeling (stoornis) van de jeugdige. De PIJ wordt daarom wel vergeleken met de terbeschikkingstelling (tbs) voor volwassenen. Jaarlijks krijgen tussen 200 en 250 jongeren een PIJ opgelegd. Daarmee is de PIJ behalve de zwaarste ook de minst frequent toegepaste sanctie. Getalsmatig valt de PIJ in het niet bij de overige strafrechtelijke sancties voor jeugdigen. De PIJ neemt dus in velerlei opzicht een bijzondere positie in in de Nederlandse jeugdstrafrechtspraktijk.
In deze bijdrage gaan we nader in op de praktijk van de PIJ. Ontwikkelingen en achtergronden worden besproken en er wordt ingegaan op de uitvoering van en recidive na de PIJ. Ook beleidsontwikkelingen komen aan bod. Recidive-uitkomsten hebben geleid tot een aantal initiatieven waaronder onderzoeken van de Inspectie Jeugdzorg en van de Algemene Rekenkamer over de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s), die ook implicaties hebben voor de uitvoering van de PIJ. Alvorens dit te doen volgt eerst een korte schets van de jeugdstrafrechtspraktijk. |
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Permalink to this page | |