Hof Amsterdam (OK) (rolnr. 200.118.094/01, LJN BZ9689: gefaseerde besluitvorming, deelbesluiten kennelijk onredelijk, gebod tot intrekking)

Authors
Publication date 2013
Journal Jurisprudentie Arbeidsrecht
Article number 155
Volume | Issue number 2013 | 9
Pages (from-to) 1142-1155
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Hugo Sinzheimer Instituut (HSI)
Abstract
Op 7 en 12 november 2012 hebben KRO en NCRV ingestemd met het 3-3-2-model en daarmee met de fusie van hun bedrijfsorganisaties tot één nieuw omroepbedrijf. Daaraan voorafgaand heeft de OR van NCRV laten weten deze besluitvorming niet in de weg te staan, maar graag een overzicht te willen ontvangen van de te nemen besluiten en een tijdspad daarbij. NCRV heeft aan de OR informatie verschaft. Bij brief van 2 juli 2012 heeft NCRV aan de OR advies gevraagd over het voorgenomen besluit "inzake fusie van bedrijfsorganisaties KRO en NCRV op hoofdlijnen". Het besluit omvat drie deelbesluiten, te weten de afsplitsing van bedrijfsorganisaties die uiteindelijk moet leiden tot de vereniging Omroepbedrijf KRO-NCRV, de inrichting op hoofdlijnen van de governance van de nieuwe vereniging en de inrichting op hoofdlijnen van de werkorganisatie van de vereniging, in beeld gebracht in een organogram. De OR adviseert uiteindelijk negatief, omdat hij van mening is dat hij onvoldoende informatie heeft gekregen en de adviesaanvraag niet voldoet aan art. 25 lid 3 WOR nu onduidelijk is wat de gevolgen voor het personeel zijn. NCRV neemt niettemin het besluit, op 7 november 2012, waarna de OR zich tot de Ondernemingskamer wendt.

De Ondernemingskamer overweegt dat het NCRV in beginsel vrij staat om de besluitvorming in fases vorm te geven, doch dat zij, vanuit haar verantwoordelijkheid voor een goed verloop van het medezeggenschapstraject, moet voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over de fasering en moet waarborgen dat de fasering geen afbreuk doet aan de effectiviteit van de medezeggenschap. Fasering mag er niet toe leiden dat de ondernemer zich in de eerste fase op het standpunt stelt dat bedenkingen van de OR "te vroeg" naar voren worden gebracht en in een latere fase de OR tegenwerpt dat die bedenkingen "te laat" komen, gelet op het reeds genomen (deel)besluit in de eerdere fase. NCRV heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen financiële gegevens voorhanden zijn en dat zij niet de personele gevolgen uiteen kon zetten. Door de verwijzing naar een latere fase van advisering waarin de gevolgen voor het personeel met een financiële onderbouwing in detail zullen worden gepresenteerd, miskent NCRV dat met het vaststellen van de onderhavige deelbesluiten onomkeerbare gevolgen voor het personeel in gang worden gezet. De door NCRV beoogde fasering doet afbreuk aan de rechtspositie van de OR, omdat niet zeker is dat NCRV de OR in een volgende fase zal vragen advies uit te brengen. Het besluit is dan ook kennelijk onredelijk en moet worden ingetrokken.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JAR/2013/155
Permalink to this page
Back