Hof Amsterdam (rolnr. 200.070.765, LJN BW1427: schuld uit geldlening niet verknocht, hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schuld, bestuur over vordering op naam, overgangsrecht)

Authors
Publication date 2013
Journal Jurisprudentie personen- en familierecht
Article number 105
Volume | Issue number 2013 | 6
Pages (from-to) 602-609
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Partijen (in deze zaak geïntimeerden) zijn gehuwd. De ene echtgenoot heeft aan een derde geld geleend, maar dat is voor het overlijden van de debiteur nog niet terugbetaald. In deze procedure rijst onder meer de vraag wie bestuursbevoegd is ten aanzien van die vordering op de erfgenaam van de debiteur (in deze zaak appellante sub 1).

Ervan uitgaande dat partijen zijn gehuwd in de wettelijke gemeenschap, oordeelt het hof dat de bestuursregeling van de nieuwe gemeenschap van goederen onmiddellijke werking heeft. Om die reden moet volgens het nieuwe art. 1:97 lid 1 BW worden bepaald wie bestuursbevoegd is. Aangezien het een vordering op naam betreft, is alleen de crediteur bestuursbevoegd en kan diens echtgenoot niet ook betaling van die schuld eisen.

Thans rijst de vraag of de weduwe van de debiteur (in deze procedure appellante sub 2) ook kan worden aangesproken op grond van art. 1:102 BW, oud dan wel nieuw, aangezien zij met de debiteur was gehuwd in gemeenschap van goederen toen hij de schuld aanging. Eerst moet worden vastgesteld of de schuld een gemeenschapsschuld is. De weduwe beroept zich er op dat de schuld vanwege verknochtheid een privéschuld is van haar overleden echtgenoot. Zij wist niets van de schuld af, het geleende geld is volledig aan haar echtgenoot ten goede gekomen en de debiteur had moeten weten dat hij die schuld nooit en te nimmer zou kunnen terugbetalen. Het hof meent dat deze omstandigheden er niet toe leiden dat de schuld wegens verknochtheid als privéschuld moeten worden aangemerkt. Dat heeft tot gevolg dat de schuld een gemeenschapsschuld is waarop na het einde van het huwelijk art. 1:102 BW van toepassing is en de vrouw dus mede hoofdelijk aansprakelijk wordt. Aangezien het huwelijk is ontbonden in 2004 geldt volgens het overgangsrecht van de wet aanpassing gemeenschap van goederen het oude recht en wordt zij hoofdelijk aansprakelijk voor de helft van de oorspronkelijke schuld.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2013/105
Permalink to this page
Back