HR (zaaknr. 44 072, LJN BB5878: foutenleer niet van toepassing indien en voor zover het vermogensbestanddeel, waarvan activering ten onrechte achterwege is gebleven, geen onderdeel meer uitmaakt van het ondernemingsvermogen en aldus niet leidt tot een onjuiste vaststelling van het eindvermogen van het voorafgaande jaar)

Authors
Publication date 2009
Journal Fiscaal Tijdschrift FED
Article number 51
Volume | Issue number 2009 | 11
Pages (from-to) 3-5
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Belanghebbende verkrijgt - in het kader van de verkoop van de aandelen in belanghebbende aan een Franse koper - krachtens derdenbeding een recht op vrijwaring. Dit vorderingsrecht is, ten onrechte, niet geactiveerd (met als tegenboeking: informeel kapitaal). Tussen partijen is niet in geschil dat het recht op vrijwaring in 1991 geactiveerd had dienen te worden en dat aan dit recht een waarde van € 797 444 kon worden toegekend. Een aan belanghebbende gedane - uit dit recht voortvloeiende - betaling (ter grootte van € 235 669), is echter in 1998 tot haar winst gerekend. In geschil is of in het laatste openstaande jaar (in casu 2001) met toepassing van de foutenleer voornoemd bedrag van € 235 669 ten laste van de winst van belanghebbende kan worden gebracht. Hoge Raad wijst toepassing van de foutenleer af (anders hof en A-G Wattel).
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://www.kluwer.nl/cl2/toc_docpopupbyIOframeset.jsp?namepopup=1288165591760&gc=WKNL-KL-PNP-10069745&scenario=tab1_10069745&link=68174927
Permalink to this page
Back