Art. 4.14 Wet IB 2001: De kip met de gouden eieren

Authors
Publication date 2011
Journal NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Article number 1905
Volume | Issue number 2011 | 35
Pages (from-to) 1-4
Organisations
  • Faculty of Economics and Business (FEB) - Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
Abstract
Op het eerste gezicht wellicht een wonderlijke titel van deze opinie. Art. 4.14 Wet IB 2001 belast in box 2 immers een fictief rendement en er is mij geen fiscale wetenschapper bekend die gecharmeerd is van heffing van inkomstenbelasting over fictieve inkomens. De inkomstenbelasting is immers een draagkrachtheffing en dat houdt dan ten minste toch iets in van daadwerkelijk gerealiseerde draagkracht. Wie herinnert zich de discussies in 1999 en 2000 niet toen de huidige forfaitaire vermogensrendementsheffing van box 3 werd geïntroduceerd? Massaal liep de fiscale wetenschap te hoop tegen deze nieuwe forfaitaire vermogensrendementsheffing. Dan is de kwalificatie van de fictieve rendementsregeling in box 2 als de kop met de gouden eieren - door een wetenschapper nota bene! - op z'n minst opmerkelijk te noemen. Hoe zit dit?
Document type Article
Language Dutch
Permalink to this page
Back