Kantonrechter Roermond (Kosten ten behoeve van de gewone gang der huishouding, Hoofdelijke aansprakelijkheid, Beperking eis)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 30 |
| Volume | Issue number | 2009 | 2 |
| Pages (from-to) | 116-119 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Partijen waren gehuwd en zij hadden drie kinderen die in Braziliƫ bij de man verbleven. Partijen waren het erover eens dat het beter zou zijn dat de drie kinderen weer naar Nederland zouden komen, waar de vrouw verbleef. De man heeft de kinderen in het vliegtuig begeleid. De vrouw stelt dat dit is gebeurd, omdat de man de kinderen alleen zou laten gaan als de vrouw niet ook zijn ticket zou betalen. Onder de druk van het moment heeft zij - zoals de vrouw stelt - zijn vluchtkosten voorgeschoten. Partijen waren reeds lang daarvoor feitelijk uiteen gegaan, maar zij waren op dat moment nog wel formeel gehuwd.
Thans is in geschil wie aansprakelijk is voor de geldlening voor de ticketkosten die de vrouw alleen heeft kunnen betalen door daarvoor een geldlening bij de Stichting Jeugdzorg af te sluiten. De man stelt hiervoor niet te hebben meegetekend en hij stelt dat hij hiervan niets wist. De Stichting spreekt daarvoor beide echtgenoten aan, de vrouw als contractspartij; de man uit hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art. 1:85 BW. De kantonrechter is van oordeel dat de ticketkosten voor wat de tickets van de kinderen betrof, beide ouders hoofdelijk aansprakelijk zijn nu deze zijn te kwalificeren als kosten der gewone gang van de huishouding in de zin van art. 1:85 BW. Tot de kosten van de huishouding behoren immers de kosten die dienen tot het lichamelijk en geestelijk welzijn van de echtelieden en hun kinderen, aldus de kantonrechter. Beide partijen waren het over de overbrenging van de kinderen eens. Ten aanzien van het ticket van de man overweegt de kantonrechter dat deze kosten niet zijn te beschouwen als te zijn aangegaan voor de gezamenlijke huishouding. Zij hebben hierover niet nader overleg gehad, en niet is gesteld dat er enige noodzaak bestond dat de man de kinderen tijdens de vlucht begeleidde. Daarom is er geen reden om te concluderen, zo stelt de kantonrechter, dat dit ook een schuld zou zijn in de zin van art. 1:84 en 1:85 BW, die zou zijn aangegaan ter zake van de gewone gang van de huishouding. De man is daarvoor derhalve niet hoofdelijk mede-aansprakelijk. |
| Document type | Case note |
| Note | LJN BG8170; 2e datum: 17-12-2008 (LJN BG8173); Roermond, nr. 30: 28-10-2008 (LJN BG3888); Den Haag, nr. 28: 16-4-2008 ( LJN BE9152); Alkmaar, nr. 27: 13-09-2004 (LJN AR2451) |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2009/30 |
| Permalink to this page | |