HR (zaaknr. 13/02584: betaling aan inwoner van een land waarmee geen belastingverdrag is gesloten voor het nalaten van werkzaamheden na beëindiging van de dienstbetrekking (non-concurrentiebeding) is belastbaar loon)

Authors
Publication date 2014
Journal BNB : Beslissingen in Belastingzaken
Article number 218
Volume | Issue number 2014 | 20
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Belanghebbende, bestuurder van een in Nederland gevestigde vennootschap, heeft met zijn werkgever in april 2007 een overeenkomst tot beëindiging van de dienstbetrekking gesloten. Overeengekomen is onder meer dat belanghebbende in termijnen een bedrag zal worden betaald in verband met de beëindiging van de arbeidsrelatie en voor het nalaten van werkzaamheden gedurende een bepaalde periode na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De vergoeding is betaald in drie termijnen (juni 2007, december 2007 en december 2008). Belanghebbende heeft zich in juli 2007 gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten, waarmee in de relatie tot Nederland (destijds nog) geen belastingverdrag van toepassing was. Voor het Hof was in geschil of de tweede termijn voor belanghebbende in dat jaar in Nederland belastbaar loon vormt tot het door de Inspecteur in aanmerking genomen bedrag.

HR: Volgens het Hof is de bron van de tweede termijn de dienstbetrekking met de werkgever en niet de arbeid of het nalaten daarvan. De drie termijnen vloeien rechtstreeks en volledig voort uit de door belanghebbende vervulde functie van bestuurder van een in Nederland gevestigde vennootschap, en wel in zodanige mate dat zij kunnen worden beschouwd als te zijn verstrekt ter zake van het in Nederland verricht hebben van arbeid, aldus het Hof. Volgens het Hof is voor de vraag of de tweede termijn terecht in de aanslag is betrokken niet relevant of deze geheel of gedeeltelijk wel of niet is betaald als compensatie voor te derven inkomsten, en evenmin of belanghebbende uitsluitend recht heeft op die termijn als hij gedurende een zekere tijd na afloop van de arbeidsovereenkomst bepaalde activiteiten nalaat. De uitleg door het Hof van de overeenkomst geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is overigens feitelijk en niet onbegrijpelijk. Daarvan uitgaande moet worden aangenomen dat ook de tweede termijn in Nederland belastbaar is. Daaraan staat niet in de weg dat tegenover de ontvangen termijnen geen daadwerkelijk in Nederland verrichte werkzaamheden staan.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C7D51F&cpid=WKNL-LTR-Nav2
Permalink to this page
Back