HR (zaaknr. 12/03540: redeemable preference shares vormen kapitaal voor de toepassing van art. 13 Wet VPB 1969: geen fraus legis)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Fiscaal Tijdschrift FED |
| Article number | 37 |
| Volume | Issue number | 2014 | 10 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In geschil is of de vergoeding die ter zake van redeemable preference shares (RPS) in een Australische dochtermaatschappij is ontvangen, onder de deelnemingsvrijstelling valt.
De Hoge Raad overweegt dat in een geval waarin de geldverstrekking naar civielrechtelijke maatstaven beoordeeld - al dan niet in overeenstemming met de vorm die door de partijen daaraan gegeven is - geldt als een verstrekking van aandelenkapitaal, ook voor de toepassing van art. 13 van de wet daarvan moet worden uitgegaan. ’s Hofs oordeel dat de RPS zodanig grote overeenkomsten vertonen met cumulatief preferente aandelen waaraan beperkte stemrechten zijn verbonden, dat zij - kennelijk: naar civielrechtelijke maatstaven beoordeeld - zijn aan te merken als ‘aandelen’ geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. De benutting van de keuzevrijheid bij de vorm van financiering van een vennootschap waarin belanghebbende deelneemt vormt, mede in aanmerking genomen de strekking van de deelnemingsvrijstelling, geen handelen in strijd met doel en strekking van de wet. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C6A6DD&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Permalink to this page | |