Een niet te onderkennen gebrek, een annotatie bij Rechtbank Rotterdam 19 augustus 2015
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 13-11-2015 |
| Journal | GZR Gezondheidsrecht updates |
| Case Number | ['C/10/461497/HAZA 14-1051'] |
| Article number | 0389 |
| Volume | Issue number | 2015 |
| Number of pages | 11 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Benadeelde stelt ziekenhuis en orthopedisch chirurg aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de implantatie van zogeheten MoM-heupprothesen in 2004. Vanaf 2011 heeft de Nederlandse Orthopaedische Vereniging geadviseerd om uit het oogpunt van patiƫntveiligheid de prothesen alleen onder voorwaarden te gebruiken. De rechtbank stelt in de onderhavige zaak niet vast dat de prothesen ongeschikt zijn. De rechtbank concludeert vervolgens dat - indien dat anders zou zijn - een toerekening van de tekortkoming door het gebruik van de prothese aan het ziekenhuis en/of de arts krachtens artikel 6:77 BW niet redelijk zou zijn.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.gzr-updates.nl/commentaar/207952?skip_boomportal_auth=1 |
| Downloads |
Een niet te onderkennen gebrek, een annotatie bij Rechtbank Rotterdam 19 augustus 2015.
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |