| Abstract |
GroenLinks positioneert zich als een moderne partij die, bevrijd van religieuze of andersoortige dogma’s, in staat zou zijn om eindelijk echt progressieve politiek te implementeren in het belang van mens en natuur. In haar progressief-liberale, retoriek fungeren individu en collectief echter als tegenstellingen, wat steeds meer zowel linkse als progressieve kiezers afschrikt. Het is bovendien gebouwd op een hopeloos verouderde visie op kennis die desondanks ‘modern’ wordt genoemd. Daardoor spreekt de partij de taal van de vooruitgang zonder de spelregels van de ‘oude politiek’ uit te dagen.
|