Psycholinguïstiek

Authors
Publication date 2008
Host editors
  • A. Baker
  • B. van den Bogaerde
  • R. Pfau
  • T. Schermer
Book title Gebarentaalwetenschap: een inleiding
ISBN
  • 9789077822333
Pages (from-to) 43-62
Publisher Deventer: Van Tricht
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR) - Amsterdam Center for Language and Communication (ACLC)
Abstract
De psycholinguïstiek houdt zich bezig met het bestuderen van taalgedrag van
mensen. Interessant is daarbij de vraag of en in welke mate modaliteit invloed
heeft op de wijze waarop taal functioneert in de hersenen. Door te kijken naar
taalstoornissen als gevolg van een hersenbeschadiging komen we meer te weten
over waar taal in de hersenen gelocaliseerd is. Er zijn twee hersenhelften: de
linker- en rechterhersenhelft, ook wel de linker- en rechterhemisfeer genoemd.
Voor de meeste mensen, doof en horend, rechts- en linkshandig blijkt de linkerhemisfeer
in grote lijnen gespecialiseerd te zijn voor taal. Een beschadiging in
het gebied van Broca heeft problemen met taalproductie tot gevolg, terwijl een
beschadiging in het gebied van Wernicke vooral leidt tot problemen met taalbegrip
maar ook tot lexicale substituties. De rechterhemisfeer speelt echter ook een
rol met name op discourse niveau. Er is wel een verschil tussen dove en horende
afatici en dat heeft te maken met de rol die de rechterhemisfeer speelt bij het
verwerken van ruimtelijke relaties en de verschillen tussen extrapersonal space
en intrapersonal space. Onderzoek naar taalbegrip kan inzicht geven in de wijze
waarop mensen taal begrijpen. Spraakgeluid is een continu signaal en klanken
zijn ook variabel. Dit geldt ook voor gebarentalen. Interessant is de vraag op
welke manier de gebaarder een gebaar herkent: moet hij het hele gebaar zien of
is de handvorm al genoeg? Uit onderzoek blijkt dat met name de beweging heel
bepalend is voor de herkenning van een gebaar. Daarnaast speelt ook de context
een rol.
Onderzoek naar de manier waarop taal in de hersenen wordt opgeslagen
heeft geleid tot verschillende theorieën over het werkgeheugen. Onderzoekers
hebben zich vooral op één model gebaseerd, het multiple-componentmodel.
Voor de vergelijking met gebarentalen is vooral de fonologische lus interessant.
Dit is het onderdeel waar fonologisch materiaal tijdelijk wordt opgeslagen.
Gebarentaalgebruikers slaan informatie op in de vorm van gebaren. Dit is vastgesteld
aan de hand van onderzoek naar fouten die dove gebarentaalgebruikers
maken bij het onthouden en reproduceren van gebaren. Er is dan ook een met
de fonologische lus vergelijkbare visuo-spatiële lus. Net als gesprokentaalgebruikers
hebben gebarentaalgebruikers moeite met het onthouden van lexemen
die fonologisch erg op elkaar lijken. Er is een verschil tussen horende en dove
mensen als het gaat om de capaciteit van het werkgeheugen: gebaarders kunnen
minder items onthouden dan sprekers. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het
feit dat het articuleren van een woord minder tijd kost dan het maken van een
gebaar.
De relatie tussen de vorm en de betekenis van een woord is over het algemeen
willekeurig of arbitrair. Bij gebaren is er echter meer sprake van een relatie tussen
de vorm en betekenis: er zijn iconische gebaren naast arbitraire gebaren.
Sommige iconische gebaren zijn transparant: de relatie tussen vorm en betekenis
is heel erg duidelijk. Uit psycholinguïstisch onderzoek naar de rol van iconiciteit
blijkt dat iconische gebaren niet makkelijker te herkennen zijn dan arbitraire
gebaren, maar wel makkelijker te onthouden als je de betekenis eenmaal weet.
Onderzoek naar versprekingen geeft inzicht in het proces van taalproductie. Slips
of the hand laten zien hoe gebarentaalproductie verloopt en welke eenheden relevant
zijn. Eerst worden lemma’s uit het mentale lexicon gehaald. Hierbij kunnen
semantische substituties optreden. Wanneer de geselecteerde lemma’s tot een
grammaticale zin gecombineerd worden kunnen anticipaties, perseveraties en
verwisselingen optreden. Pas in een volgende stap worden de juiste fonologische
vormen, de lexemen, uit het fonologische lexicon gehaald. Als bij de selectie
van een lexeem iets mis gaat, dan hebben we te maken met een fonologische
substitutie. Net als lemma’s kunnen ook fonologische elementen geanticipeerd,
gepersevereerd en verwisseld worden. Bovendien kunnen adjacente gebaren versmelten.
Tenslotte wordt in het taalproductieproces instructie gegeven aan de
articulatieorganen om de uiting te articuleren. Hierbij zijn assimilatieprocessen
te constateren.
Document type Chapter
Permalink to this page
Back