Gebarentalen als natuurlijke talen

Authors
Publication date 2008
Host editors
  • A. Baker
  • B. van den Bogaerde
  • R. Pfau
  • T. Schermer
Book title Gebarentaalwetenschap: een inleiding
ISBN
  • 9789077822333
Pages (from-to) 21-42
Publisher Deventer: Van Tricht
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR) - Amsterdam Center for Language and Communication (ACLC)
Abstract
Gebarentalen zijn volledige, natuurlijke talen die gearticuleerd worden in de
visuele-ruimtelijke modaliteit in tegenstelling tot gesproken talen die in de
orale-aurale modaliteit gearticuleerd worden. Gebarentalen zijn niet afgeleid
van gesproken talen, maar hebben een eigen lexicon en een eigen grammatica.
Gebaren worden in een driedimensionale ruimte voor, naast en boven het lichaam
gemaakt, de gebarenruimte, anders dan pantomime, die geen ruimtelijke beperkingen
kent. Gebaren die geïsoleerd geproduceerd worden en niet in de context
van een zin, staan in een basisvorm of citeervorm. De betekenis wordt meestal
weergegeven door middel van een glos in een of meer geschreven woorden uit
een gesproken taal.
Ieder gebaar is opgebouwd uit vier verschillende basiselementen of parameters:
de handvorm, de locatie, de beweging en de oriëntatie. Sommige gebaren
worden vergezeld door een element dat niet door de handen wordt gemaakt,
maar door de mond, het gezicht of het bovenlichaam: de niet-manuele component.
Woorden of woorddelen die gearticuleerd worden, worden een gesproken
component genoemd en andere mondbewegingen die niet afgeleid zijn van een
woord, heten een orale component. Deze kleine elementen combineren in gebarentalen
simultaan tot een gebaar en gebaren weer tot zinnen, zodat we kunnen
spreken van een compositionaliteit.
Mensen die doof geboren zijn of in het eerste levensjaar doof worden, zijn
prelinguaal doof. Als deze mensen een gebarentaal gebruiken, vormen zij de
Dovengemeenschap. De meeste dove kinderen groeien op in horende gezinnen.
Sommige kinderen blijven dan geïsoleerd van andere dove mensen. In zulke
situaties ontwikkelt zich vaak home signing, waarbij gebaren worden gebruikt
die alleen in het gezin voorkomen. Een echte gebarentaal ontwikkelt zich in een
gemeenschap waar dove mensen regelmatig bij elkaar komen. Niet alle dove
mensen kiezen ervoor om deel uit te maken van een Dovengemeenschap.
Een gebarentaal is anders dan een gebaarsysteem. In een gebaarsysteem
worden gebaren van de gebarentaal gebruikt, maar de zinnen volgen de grammatica
van de gesproken taal. Bedachte gebaren kunnen ook worden ingezet.
Gebaarsystemen worden gebruikt in de communicatie tussen dove en horende
mensen die de gebarentaal niet goed kennen. Ze worden ook gebruikt om de
gesproken taal te onderwijzen.
Het handalfabet of de vingerspelling wordt gebruikt om woorden of namen
uit de geschreven taal in visuele vorm weer te geven, maar maakt geen echt deel
uit van de gebarentaal. Gesticulaties die voorkomen in de gesproken taal, worden
vaak overgenomen in de gebarentaal. Het wijsgebaar is een belangrijk gebaar in
veel gebarentalen en wordt aangeduid als index.
Onderzoek naar gebarentalen moet nog uitwijzen welke linguïstische universalia
gelden voor gebarentalen en gesproken talen samen en of er specifieke
universalia zijn voor gebarentalen. Een algemeen geaccepteerd schriftsysteem
voor gebarentalen bestaat niet. In onderzoek worden verschillende notatiesystemen
gebruikt om gebaren vast te leggen. Glossen geven de betekenis weer van
een gebaar maar geven geen informatie over de vorm. Er zijn duidelijke verschillen
tussen gebarentalen. Op het gebied van lexicon zijn er ook grote verschillen
ondanks het gebruik van relatief veel iconische gebaren. Je zou kunnen denken
dat waar de relatie tussen de vorm van het gebaar en de betekenis niet arbitrair is,
gebaren op elkaar zouden lijken, maar dit is niet het geval. Niet iedere gebarentaal
gebruikt alle handvormen of bewegingen en in de grammatica bestaat ook veel
variatie. Er zijn niet voldoende gebarentalen beschreven om een typologie van
gebarentalen mogelijk te maken. De beschrijvingen van gebarentalen die bestaan,
zijn vooral descriptief, maar worden soms prescriptief gebruikt. De eerst stap in
het beschrijven van een gebarentaal is vaak het maken van een lexicon of gebarenboek.
Inmiddels zijn er wel wat pedagogische grammatica’s voor gebruik in
het onderwijs.
Document type Chapter
Permalink to this page
Back