Hof Arnhem (rolnummer 200.100.401, LJN BX8877: toestemming echtgenoot bij borgstelling, veel hoger krediet dan normaal, handelingen in de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap)

Authors
Publication date 2012
Journal Jurisprudentie personen- en familierecht
Article number 151
Volume | Issue number 2012 | 8
Pages (from-to) 766-770
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Partijen zijn gehuwd. De man is aandeelhouder/bestuurder van verschillende bv’s op het gebied van de horeca. Tot nu toe waren de aan de ondernemingen van de man verleende kredieten beperkt tot ongeveer € 60.000,=. Om reden dat er plannen waren tot uitbreiding waarvoor de bouw van een fabriekshal nodig was (een "once in a lifetime"-project, zoals het door de man wordt aangeduid), werd het krediet verhoogd tot ongeveer € 855.000,=, waar voor een borgstelling van de man werd verlangd. In de borgtochtovereenkomst werd vermeld dat deze rechtshandeling behoorde tot de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap.

Het hof toetst of dat het geval is. Het komt tot het volgende oordeel:

"Rabobank heeft, in het licht van voormelde feiten en omstandigheden en de onder 4.5 aangehaalde beoordelingsmaatstaf, onvoldoende onderbouwd gesteld dat de kredietverstrekking van in totaal € 855.000,= wel tot de normale bedrijfsuitoefening van Beheer en Z.O.N. kon worden gerekend. Daarbij acht het hof niet relevant of de financiering enkel diende voor de aankoop van een perceel en de bouw van een bedrijfspand, of dat het mede bedoeld was om de koers en het karakter van de onderneming structureel te veranderen, noch of de liquiditeitspositie door de financiering onder druk kwam te staan (punten waarover partijen van mening verschillen). De enkele aard en omvang van deze eenmalige investering (in vergelijking tot het tevoren aangetrokken krediet) en het daarmee gemoeide risico, maken dat niet kan worden gesproken van kredietverstrekking die in de normale bedrijfsuitoefening van Beheer en Z.O.N. pleegde te worden verricht. Nu Rabobank ook anderszins geen feiten heeft gesteld die tot een andere uitkomst leiden, komt het hof niet toe aan bewijslevering.

Uit het voorgaande volgt dat de echtgenote van [appellant] de overeenkomst van borgtocht op goede gronden buitengerechtelijk heeft vernietigd. Daaruit vloeit voort dat de door Rabobank gelegde beslagen onrechtmatig zijn gelegd. De vorderingen van Rabobank jegens [appellant] dienen derhalve alsnog te worden afgewezen."
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2012/151
Permalink to this page
Back