HR (A-G) (zaaknr. 10/02953, LJN BU8914: navordering over inkomen dat in aanvulling op aangifte was vermeld: ambtelijk verzuim? Toepassing 30%-regeling op nabetaald loon)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Journal | BNB : Beslissingen in Belastingzaken |
| Article number | 233 |
| Volume | Issue number | 2012 | 18 |
| Pages (from-to) | 4372-4402 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende heeft tot eind 2003 in Nederland in dienstbetrekking gewerkt, waarna hij is verhuisd naar Frankrijk. Hij had gedurende zijn dienstverband recht op toepassing van de 35%- respectievelijk 30%-regeling. Belanghebbende had na uitdiensttreding recht op winstafhankelijke uitkeringen van zijn werkgever op grond van een in 1998 gesloten overeenkomst. Krachtens een vaststellingsovereenkomst met de fiscus zouden de uitkeringen tegen een tarief van 45% worden belast op het moment waarop zij werden gedaan. In 2004 heeft belanghebbende uit dien hoofde een geldbedrag ontvangen. Hij heeft dit bedrag niet aangegeven in zijn aangifte IB 2004, maar pas in een in mei 2006 gedagtekende aanvulling op die aangifte. In oktober 2006 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een aanslag IB 2004 opgelegd overeenkomstig de oorspronkelijk ingediende aangifte. In juni 2007 is een navorderingsaanslag opgelegd waarin het ontvangen geldbedrag is verwerkt. Het Hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van ambtelijk verzuim. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst geen afspraak maakt ten aanzien van de 30%-regeling en dat die regeling op de winstafhankelijke uitkering van toepassing is.
HR: Van een ambtelijk verzuim is sprake indien de Inspecteur ten tijde van de aanslagregeling met de aanvulling op belanghebbendes aangifte bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. Alsnog moet worden onderzocht of hiervan sprake is. De gedachtegang achter HR, BNB 1992/61 inzake ambtelijk verzuim in relatie tot een gesloten compromis kan niet worden doorgetrokken naar een geval als dit, waarin het gestelde ambtelijke verzuim er niet uit bestaat dat de Inspecteur geen rekening heeft gehouden met de inhoud van een compromis, maar daarin is gelegen dat hij verzuimd heeft kennis te nemen van een belastbare bate waarop dat compromis betrekking heeft. De Hoge Raad geeft in zijn verwijzingsopdracht aanwijzingen voor de wijze waarop het verwijzingshof de stelling van de Inspecteur dat de aanvulling op de aangifte niet op diens kantoor is te vinden dient te beoordelen, alsmede - indien uiteindelijk wordt vastgesteld dat een aanvulling op de aangifte door de betrokken eenheid van de Belastingdienst is ontvangen of aldaar is aangeboden - onder welke omstandigheden sprake kan zijn van een ambtelijk verzuim. De cassatieklachten tegen het oordeel van het Hof over de toepassing van de 30%-regeling worden door de Hoge Raad verworpen. Daarbij overweegt de Hoge Raad onder meer dat de enkele omstandigheid dat de uitkering is gedaan door een concernmaatschappij en niet door de inhoudingsplichtige werkgever, niet noodzakelijkerwijs meebrengt dat die uitkering voor de heffing van loonbelasting niet als loon is aan te merken, dat de 30%-regeling ook kan worden toegepast op variabele loonbestanddelen die naast het normale salaris zijn toegekend en dat toepassing van deze regeling niet afstuit op de enkele omstandigheid dat de ingekomen werknemer inmiddels niet meer in Nederland verblijft. De oordelen van het Hof betreffende de uitleg van de vaststellingsovereenkomst zijn feitelijk en niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00B82E40&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Permalink to this page | |