De betekenis van het EVRM voor de internationale gerechtelijke vaststelling van het vaderschap

Authors
Publication date 2010
Journal Nederlands Internationaal Privaatrecht
Volume | Issue number 28 | 1
Pages (from-to) 27-30
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for International Law (ACIL)
Abstract
Dit korte commentaar neemt als uitgangspunt drie uitspraken van eind 2008, te weten een uitspraak van de Rechtbank 's-Gravenhage, het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en de Hoge Raad, die alle betrekking hebben op de internationale gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en artikel 8 EVRM. Het opmerkelijke van deze drie uitspraken is dat in twee van de drie uitspraken het recht van een land dat de gerechtelijke vaststelling niet kent opzij gezet wordt op grond van de openbare orde en artikel 8 EVRM, maar in de uitspraak van de Hoge Raad gebeurt dit niet. In deze laatste zaak wordt naast deze kwestie ook kort verwezen naar de vraag of het EVRM überhaupt wel van toepassing kan zijn op dergelijke zaken. Deze fundamentele kwestie zal hieronder eveneens aan de orde worden gesteld. Daarnaast zal nader worden ingegaan op de rol van de openbare orde-exceptie. Dit commentaar zal zich dan ook in het bijzonder richten op de invloed van het EVRM op deze zaken. Hieronder volgt eerst een uiteenzetting van de drie genoemde zaken, gevolgd door een nadere beschouwing. Vervolgens zal aan de hand van de drie casus de toepasselijkheid van het EVRM aan de orde komen. Er zal komen afgesloten met een samenvatting en een enkele conclusie.
Document type Article
Language Dutch
Permalink to this page
Back