Actorschap op zijn best: Individuele en collectieve verantwoordelijkheid en autonomie
| Authors |
|
|---|---|
| Supervisors | |
| Cosupervisors | |
| Award date | 13-05-2016 |
| Number of pages | 183 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In deel I van dit proefschrift worden eerst de voorwaarden voor individuele autonomie en morele verantwoordelijkheid besproken en de verhouding daartussen.
Morele verantwoordelijkheid vereist 'robuust' actorschap, hetgeen inhoudt dat de handelingen van de actor voortkomen uit de wil van de actor (ze zijn duidelijk aan de actor toe te schrijven), maar ze zijn niet autonoom. Dat wil zeggen, dat deze handelingen niet geheel buiten de wil van de actor om gaan. De voorwaarden voor autonomie zijn veeleisender. In deel II wordt beargumenteerd dat deze voorwaarden voor individuele morele verantwoordelijkheid en autonomie toepasbaar zijn op corporaties. Corporaties kunnen moreel verantwoordelijk gehouden worden voor hun handelen, waarbij deze verantwoordelijkheid niet volledig te reduceren is tot de verantwoordelijkheid van alle betrokken individuen. In deel III wordt een drietal vraagstukken besproken die verband houden met collectieve verantwoordelijkheid: de vraag met betrekking tot lidmaatschapsverantwoordelijkheid, de vraag met betrekking tot verantwoordelijkheid voor in het verleden begane misdaden en de vraag met betrekking tot het straffen van collectieven. |
| Document type | PhD thesis |
| Note | Research conducted at: Universiteit van Amsterdam |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |