Gerechtshof Amsterdam (Affectieve relatie, Samenlevingscontract, Gemeenschap van inboedel, Verrekenbeding analoog aan wettelijk deelgenootschap)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 87 |
| Volume | Issue number | 2009 | 5 |
| Pages (from-to) | 401-402 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Partijen hebben samengewoond van 1977 tot 2002. In 1993 is een notarieel verleden samenlevingscontract gemaakt. Daarin is bepaald dat er een gemeenschap van inboedel gecreëerd en is een verrekenbeding opgenomen, analoog aan het wettelijk deelgenootschap uit titel 1.8 BW, zoals deze toen gold. De woning is gemeenschappelijk verkregen.
Het hof overweegt ondermeer dat, anders dan de rechtbank bepaalde, afgezien van de inboedel en de woning, geen verdeling maar verrekening dient plaats te vinden, nu er verder geen gemeenschap tussen partijen is ontstaan. Of het beroep van de man op art. 3:194 BW, inhoudende dat de vrouw bepaalde vermogensbestanddelen uit de inboedel elders had ondergebracht om ze te onttrekken aan de taxatie van de inboedel, tardief naar voren is gebracht, is volgens het hof irrelevant, omdat art. 3:194 BW niet van toepassing is op de eenvoudige gemeenschap van inboedel die voortvloeit uit het samenlevingscontract. NB: de IPR-gevolgen van het feit dat de vrouw, geïntimeerde, in Duitsland woont, komen verder in deze uitspraak niet aan de orde. |
| Document type | Case note |
| Note | Datum uitspraak nr. 90: 24-3-2009 inzake: verdeling gemeenschap, verbeurd verklaren verbogen gehouden goederen |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2009/87 |
| Permalink to this page | |