De Armeense gruwelen Nederland en de vervolgingen van de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk 1889-1923
| Authors |
|
|---|---|
| Supervisors | |
| Award date | 23-04-2021 |
| Number of pages | 480 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Honderd jaar na dato (2021) is de Armeense genocide nog steeds onderwerp van maatschappelijk en politiek debat. Er is echter weinig bekend over de reacties van het christelijke en neutrale Nederland, ruim een eeuw geleden, op de vervolgingen van de Armeense christenen in het Ottomaanse Rijk. Er is voor dit proefschrift onderzoek verricht in talrijke binnenlandse- en buitenlandse archieven.
Dit proefschrift beschrijft de Nederlandse reacties vanaf 1889 tot 1923, dus vanaf de vroege geschiedenis van de gewelddadigheden die later zouden uitmonden in de pogroms tussen 1894 en 1897, met name in de oostelijke vilayets, onder sultan Abdul Hamid II en de latere pogroms in 1909, in de vilayets van Adana en Aleppo, tijdens de machtswisseling tussen Abdul Hamid II en de Jong-Turken. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de Nederlandse ooggetuigen, zoals politici, gezanten en consuls, missionarissen, zendelingen, toeristen, schrijvers, kunstenaars en ingenieurs. De Armeense genocide of Medz Yeghern wordt eveneens door de Nederlandse bril bekeken. De Nederlandse pers was, net zoals het Nederlands gezantschap in Constantinopel, op de hoogte van wat er gebeurde met de Armeniërs in 1915. Daarnaast werd er in het neutrale Nederland een ware propagandaoorlog uitgevochten tussen de twee grootmachten van dat moment, Duitsland en Groot-Brittannië. Deze strijd beïnvloedde de berichtgeving over de wreedheden tegen de Armeense bevolking. Nederland was op de hoogte van deze Armeense gruwelen, zowel van de pogroms als van de genocide, wat de woorden van Lou de Jong, die schreef dat wij onwetend waren, ontkracht. |
| Document type | PhD thesis |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |