Hoezo noodzakelijk? Rechtsgronden voor kinderbeschermingsmaatregelen
| Authors |
|
|---|---|
| Supervisors |
|
| Award date | 08-06-1999 |
| ISBN |
|
| Number of pages | 314 |
| Publisher | Amsterdam: Thela Thesis |
| Organisations |
|
| Abstract |
Ouders en kinderen zijn eigen aan elkaar. Op deze gedachte is vanouds het familie- en jeugdrecht gebaseerd. Sinds het begin van de jaren tachtig kreeg het uitgangspunt nieuwe glans door art. 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, dat de overheid verplicht om het gezinsleven te eerbiedigen.
Een overheid die via een kinderbeschermingsmaatregel tornt aan ouderlijke bevoegdheden mag daarvoor dus wel zeer goede argumenten aanvoeren. Maar wat zijn goede argumenten? In deze studie wordt onderzocht wat daarover valt af te leiden uit het geldende Nederlandse recht. Tevens worden lacunes en tegenstrijdigheden in kaart gebracht, die veelal aan het zicht worden onttrokken door een verhullend taalgebruik. Uiteraard wordt bijzondere aandacht besteed aan de wijze waarop het Europese Hof voor de rechten van de mens tot nu toe de kinderbeschermingsmaatregelen benadert. Betoogd wordt dat deze benadering op enkele essentiële punten afwijkt van een in het Nederlandse recht diepgewortelde traditie, die blijkens jurisprudentie sinds de jaren tachtig en blijkens wetgeving van 1995 nog springlevend is, die bovendien aansluit op de Britse Children Act van 1989/1991, en die, last but not least, steun vindt in het Internationale Verdrag voor de rechten van het kind. |
| Document type | PhD thesis |
| Note | Research conducted at: Universiteit van Amsterdam |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |