De luchtaanval in Kunduz: targeting en oorlogsrecht
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | Militaire Spectator |
| Volume | Issue number | 179 | 10 |
| Pages (from-to) | 493-506 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Op 4 september 2009 voerde ISAF in Kunduz een luchtaanval uit op twee door de Taliban gekaapte tankwagens. Via deze casus worden oorlogsrechtelijke kwesties van targeting aangesneden. Het enkele feit dat achteraf blijkt dat bij een aanval (veel) burgerslachtoffers zijn gevallen, betekent op zich geen schending van het oorlogsrecht. De feiten en omstandigheden ten tijde van de aanval zijn bepalend. Alleen militaire doelen mogen worden aangevallen. Een commandant moet zich vergewissen van het militaire karakter van zijn aanvalsdoel. Bij zo’n aanval kan zelfs nevenschade aan burgers of burgerobjecten worden voorzien. Deze nevenschade is niet per definitie verboden. Zoals bij Kunduz, is ze soms niet te voorzien. Als ze wel voorzien is, moet ze beperkt worden. Als de nevenschade excessief is ten opzichte van het verwachte militaire voordeel, is ze verboden. De ‘ruimte’ die het oorlogsrecht biedt, kan verder (stevig) worden ingeperkt via Rules of Engagement (ROE). Vooral in counterinsurgencies zoals ISAF is dit aan de orde.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Downloads |
Baron & Ducheine, 2010
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |
