Rb. Rotterdam (rolnr. C/10/373236 / HA ZA 11-525: geen toestemming echtgenoot bij borgtocht, bewijslevering normale uitoefening bedrijf vennootschap)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 27 |
| Volume | Issue number | 2014 | 2 |
| Pages (from-to) | 157-160 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De man stond in 2007 al eerder borg voor een bedrijfskrediet. De hoogte van het krediet werd op initiatief van de man in 2008 verhoogd. Op dat moment waren de vooruitzichten van het bedrijf goed en was de orderportefeuille vol. Er waren goede redenen om de kredietfaciliteit te verhogen.
Later ging het bergafwaarts met het bedrijf, waarop door de bank een beroep op de borgstelling is gedaan. De echtgenoot van de man beroept zich op ontbrekende toestemming van art. 1:88 BW en wil de borgstelling vernietigen. De bank slaagt in het bewijs dat de geldlening had plaatsgevonden in de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap van de man. De vernietiging slaagt niet, omdat er sprake is van de uitzondering van art. 1:88 lid 5 BW nu ook aan de andere vereisten van deze bepaling is voldaan. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatpersonenenfamilierecht.sdu.nl/link/JUR/JPF/2014/27 |
| Permalink to this page | |