Ktr. Rb. Gelderland zp Arnhem (zaaknummr 3997734\CV EXPL 15-5067\475: [Intra-concern detachering en uitzendovereenkomst. Betekenis allocatiefunctie])
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Jurisprudentie Arbeidsrecht |
| Article number | 303 |
| Volume | Issue number | 2015 | 17 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De werkgever exploiteert een onderneming waarin werknemers worden ingezet ten behoeve van twee zustervennootschappen. De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) vordert veroordeling van de werkgever tot naleving van de CAO Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds op straffe van een dwangsom, alsmede nabetaling van loon en vergoeding van schade. Zij stelt dat de werkgever een onderneming drijft die werknemers ter beschikking stelt aan derden om onder leiding en toezicht van deze derde arbeid te verrichten. Zij baseert zich op de uitkomsten van onderzoeken door twee onderzoeksbureaus. De CAO voor Uitzendkrachten is in diverse perioden algemeen verbindend verklaard.
De kantonrechter dient de vraag te beantwoorden of de CAO Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds van toepassing zijn op de door de werkgever gesloten arbeidsovereenkomsten. De werkingssfeerbepaling van deze cao’s staat in art. 2. De werkgever stelt dat zijn twee zustervennootschappen geen "derden" zijn in de zin van de cao. Dat is echter onvoldoende om de werkgever en de zustervennootschappen (in dit verband) te vereenzelvigen. In art. 7:691 BW is onder meer bepaald dat in een uitzendovereenkomst schriftelijk kan worden bedongen dat deze van rechtswege eindigt als aan de terbeschikkingstelling van de werknemer aan de "derde" een einde komt; het zogeheten uitzendbeding. In lid 6 is bepaald dat dit artikel niet van toepassing is op de uitzendovereenkomst indien de uitzendwerkgever en de derde, kort gezegd, in een vennootschapsrechtelijke groep (concern) met elkaar zijn verbonden, dan wel de één een dochtermaatschappij van de ander is. Hieruit volgt dat intra-concernuitzending mogelijk is. De zustervennootschappen zijn dus elk als derde in de zin van art. 7:690 BW aan te merken. De arbeidsovereenkomsten kwalificeren daarom in beginsel als uitzendovereenkomsten in de zin van art. 2 cao. Het vervullen van een allocatiefunctie is niet een (zelfstandig) vereiste om een arbeidsovereenkomst als een uitzendovereenkomst te kunnen aanmerken. De wettekst biedt daarvoor onvoldoende basis. Uit de wetsgeschiedenis kan wel worden afgeleid dat de allocatiefunctie moet worden betrokken bij de vraag of de uitzending plaatsvindt "in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever". De werkgever alloceert arbeid in deze zin. Immers, de werkgever had werknemers in dienst en stelde die ter beschikking aan de zustervennootschappen |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JAR/2015/303 |
| Downloads |
Intra-concern detachering en uitzendovereenkomst. Betekenis allocatiefunctie - JAR 2015-303
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |