Verder dan Freud? Na een eeuw psychoanalytische godsdienstkritiek

Authors
Publication date 2008
Journal Tijdschrift voor Theologie
Volume | Issue number 48 | 1
Pages (from-to) 66-90
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR)
Abstract
In dit artikel wordt nagegaan of en in hoeverre er vooruitgang geboekt is in de psychoanalytische godsdienstpsychologie sinds Sigmund Freud haar in 1907 initieerde. De psychoanalyse heeft de reputatie vooral tot negatieve godsdienstkritiek te hebben bijgedragen, doch als godsdienstpsycholoog blijkt Freud genuanceerder dan de meningen die hem doorgaans worden toegedicht. Het artikel besteedt onder meer aandacht aan de ook in Nederland bediscussieerde notie dat religie projectie zou zijn, een notie die niet psychoanalytisch van aard blijkt te zijn. Naast een zuiverder verstaan van de reikwijdte van een psychologisch gezichtspunt, zijn in de loop van de twintigste eeuw ook verfijningen en restricties aangebracht in hetgeen door Freud over religie voren werd gebracht. Sommige van die restricties lijken echter heden ten dage wellicht niet geheel correct te zijn geweest. Zo hebben psychoanalytici die persoonlijk positiever ten opzichte van religie stonden dan Freud gesteld dat de psychoanalyse zich tot de analyse van individueel psychisch functioneren zou moeten beperken en zich niet met fenomenen op het niveau van cultuur en maatschappij zou mogen bezighouden. Doch tegenwoordig worden uit geheel andere hoeken van de psychologie dan de psychoanalyse weer pogingen ondernemen om precies met behulp van psychologische inzichten toch weer uitspraken te gaan doen over religie op macroniveau en zich juist niet tot religiositeit te beperken. Deze pogingen bewegen zich in eenzelfde richting als Freud indertijd: ze hanteren weliswaar recentere theorieën, maar streven Freud methodologisch niet voorbij. Of men bepaalde ontwikkelingen met betrekking tot de psychoanalyse (en daarmee binnen de psychoanalytische godsdienstpsychologie) als vooruitgang beschouwt, blijkt meer afhankelijk van apriori-opvattingen met betrekking tot het onderzoeksobject dan van de resultaten waarop die ontwikkelingen kunnen bogen.

Document type Article
Permalink to this page
Back