ABRvS (zaaknr. 201202758/1/V2: Libanese drugsbaron)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | Rechtspraak Vreemdelingenrecht |
| Article number | 13 |
| Volume | Issue number | 2013 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De staatssecretaris heeft bij de beoordeling of de drugsdelicten, waarvoor de vreemdeling blijkens het ambtsbericht is veroordeeld, voldoende ernstig zijn als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag terecht mede van belang geacht dat deze delicten verspreid over een langere tijd zijn gepleegd, zodat ook sprake is van recidiverend gedrag. Voorts heeft de staatssecretaris terecht mede van belang geacht dat, zoals hij vermeldt in de brief van 10 november 2011, de omvang van de gevolgen van handel in verdovende middelen voor overheid en burgers groot is en dat drugshandel niet alleen in Nederland maar ook internationaal wordt aangemerkt als een ernstig misdrijf. De staatssecretaris heeft in dit verband terecht verwezen naar het Verdrag van de
Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 20 december 1988, waaruit volgt dat handel in verdovende middelen internationaal wordt gezien als een bedreiging van de samenleving. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich met gebruikmaking van hetgeen in het aan het besluit ten grondslag gelegde ambtsbericht en de aanvulling is vermeld, waaronder de veroordeling wegens poging tot moord, terecht op het standpunt gesteld dat er ernstige redenen bestaan om te veronderstellen dat de vreemdeling misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) heeft begaan, zodat de staatssecretaris heeft voldaan aan zijn motiveringsplicht. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.arsaequi.nl/data/downloadables/download/file/RV20130013.pdf |
| Permalink to this page | |
