Gerechtshof Amsterdam (Huwelijkse voorwaarden: periodiek en finaal verrekenbeding, Uitleg, Haviltex-norm)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 88 |
| Volume | Issue number | 2009 | 5 |
| Pages (from-to) | 406-407 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Partijen hadden huwelijkse voorwaarden gemaakt inhoudende uitsluiting van elke gemeenschap met een periodiek inkomstenverrekenbeding, die zij staande huwelijk hebben gewijzigd. Zij hebben in de nieuwe huwelijkse voorwaarden naast een periodiek inkomstenverrekenbeding ook een finaal verrekenbeding afgesproken. Partijen hebben afgerekend over de periode van het eerste verrekenbeding voordat de nieuwe huwelijkse voorwaarden zijn gepasseerd.
Aan het nieuwe periodieke verrekenbeding dat qua definitie van inkomsten terugwerkende kracht had, is nooit uitvoering gegeven. Bij de echtscheiding is in geschil of nu moet worden afgerekend volgens het periodieke verrekenbeding met behulp van art. 1:141 BW of dat het finale als-of-verrekenbeding moet worden toegepast. In de tekst van het finale verrekenbeding staat dat het alleen van toepassing is bij beƫindiging van het huwelijk door de dood, maar in het vervolg wordt ook gesproken over wat er rechtens is ingeval het huwelijk eindigt door echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Er wordt bijvoorbeeld een peildatum voor de afrekening genoemd voor het geval dat partijen gaan scheiden. Het hof gebruikt voor de uitleg de zogenaamde Haviltex-norm en betrekt daarbij de omstandigheden onder welke de huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt. Partijen geven aan dat ten tijde van het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden de mogelijkheid van echtscheiding niet in beeld was. Beoogd werd ondermeer om een financieel evenwicht tussen de partners te bewerkstellingen nu de vrouw minder betaalde werkzaamheden verrichtte dan de man, en besparing van successierecht te bereiken in het geval een van hen zou overlijden. Het hof oordeelt dat de nieuwe huwelijkse voorwaarden niet anders kunnen worden uitgelegd dan dat het finale verrekenbeding alleen zou werken bij beƫindiging van het huwelijk door de dood. Dat betekent dat de verrekening dient plaats te vinden volgens de bepalingen van de huwelijkse voorwaarden in combinatie met art. 1:141 BW. |
| Document type | Case note |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2009/88 |
| Permalink to this page | |