Rb. Oost-Brabant zp 's-Hertogenbosch (rolnr. C/01/276617/HA ZA 14-244: Gemeenschappelijk appartement; verhuur door één deelgenoot; verdeling tegen leegwaarde)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Case Number | ['ECL_NL:RBOBR:2014:7020'] |
| Article number | 6 |
| Volume | Issue number | 2015 | 1 |
| Pages (from-to) | 25-31 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen. De door echtscheiding ontbonden huwelijksgemeenschap omvat onder meer een appartement. In beginsel zijn partijen het erover eens dat het aan de vrouw moet worden toebedeeld, maar zij verschillen ten aanzien van de waarde waartegen dit moet geschieden. De man heeft ernstige financiële problemen en de vrouw heeft zonder instemming of medeweten van hem ervoor gekozen om het appartement voorlopig niet te verkopen, maar te wachten op het aantrekken van de woningmarkt en onderwijl het appartement te verhuren om de kosten te drukken. Zij stelt dat zij dit heeft gedaan om te voorkomen dat zij de gehele restschuld zou moeten dragen wanneer regres op haar ex-echtgenoot niet mogelijk blijkt.
De rechtbank heeft wel begrip voor deze handelwijze, maar feit blijft dat de vrouw de handelswijze niet met de man heeft afgestemd. Daarom is het niet billijk om het appartement in verhuurde staat aan de vrouw toe te wijzen. Anders zou nu de man de helft van het verschil tussen de hypotheek en de waarde bewoond aan de vrouw moeten betalen, terwijl de vrouw bij latere verkoop tegen een hogere waarde geheel van deze waardestijging zou profiteren. Het appartement wordt daarom tegen de waarde in onverhuurde staat aan de vrouw toebedeeld. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2015/6 |
| Permalink to this page | |