Economische politiek: de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (1914-1919) en de Eerste Wereldoorlog
| Authors | |
|---|---|
| Supervisors | |
| Cosupervisors | |
| Award date | 16-09-2011 |
| Number of pages | 496 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bestreden de oorlogvoerende partijen elkaar ook op het economische vlak. Zowel de Geallieerden als de Centralen probeerden te verhinderen dat hun tegenstanders toegang kregen tot belangrijke markten en grondstoffen en deze tegelijkertijd voor zichzelf te veroveren. Hoewel Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, werd zij niettemin en tegen haar zin een ‘niemandsland’ tussen de fronten van deze economische oorlog. De Nederlandse regering kon echter weinig doen om zich te weer te stellen uit angst een van de oorlogvoerenden tegen zich in het harnas te jagen. Daarom besteedde zij belangrijke elementen van haar buitenlands- en economisch beleid uit aan de Nederlandse zakenwereld. Enkele van haar belangrijkste vertegenwoordigers richtten daarom, op instigatie van de regering, de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (NOT) op, die op bevel van de Geallieerden zouden controleren of er geen doorvoerhandel plaatsvond waar de Centralen van konden profiteren. Omdat de NOT een bedrijf en geen overheidsinstelling was, bleef de neutraliteit van de regering gewaarborgd. Samuël Kruizinga richtte zich op de besluitvorming binnen deze machtige, maar ook controversiële organisatie. Hij keek in hoeverre de NOT de ruimte had haar eigen beleid uit te voeren. Kruizinga bestudeerde ook de verhouding tussen de NOT en andere ‘crisisinstellingen’, de overheids- of private instellingen die waren opgericht om economische moielijkheden die het gevolg waren van de economische oorlogsvoering het hoofd te bieden.
|
| Document type | PhD thesis |
| Note | Research conducted at: Universiteit van Amsterdam |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |
