Effectmeting VVE Rotterdam. Technische rapporten over het onderzoek 2004-2008

Open Access
Authors
Publication date 2008
Number of pages 84
Publisher Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut
Organisations
  • Related parties - The Kohnstamm Instituut
Abstract
Onderzoek naar de opbrengsten van het gebruik van programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Rotterdam toont (nog) geen duidelijke effecten aan. Alleen de voorscholen die het eerst (in 2000) zijn begonnen met de invoer van een voorschoolpro¬gramma laten hoopvolle resultaten zien, in het bijzonder bij de toetsscores voor begrijpend lezen. Het beeld bij de voorscholen die in latere jaren met een vve-programma zijn begonnen, is minder gunstig. Mogelijk zijn de later gestarte voorscholen nog te kort bezig met de uitvoering van het vve-programma en hebben zij meer tijd nodig om het goed te implementeren.

Uit dit onderzoek naar de implementatie en effecten van voor- en vroegschoolse educatie in Rotterdam blijkt onder meer dat de vier onderzochte vve-programma’s, Kaleidoscoop, Piramide, Ko-totaal en Startblokken-Basisontwikkeling op veel punten redelijk worden uitgevoerd. Een punt van zorg is de dubbele bezetting. Sinds 2006 krijgen de gemeenten uitsluitend subsidie voor vve in de peuterspeelzalen en de kinderopvang. Omdat de dubbele bezetting voorwaarde is voor subsidie, wordt deze op de peuterspeelzalen doorgaans wel gerealiseerd. Op de basisscholen is de situatie sinds 2006 anders. Zij krijgen van het rijk een vergoeding voor vve op basis van de gewichtenregeling. In de praktijk betekent dit dat de dubbele bezetting in de kleutergroepen van de basisscholen moet concurreren met andere prioriteiten en minder makkelijk wordt gerealiseerd. Dat maakt dat de dubbele bezetting in de kleutergroepen soms nogal eens te wensen overlaat. In elk geval uiten de onderzochte scholen hierover hun zorg voor de naaste toekomst. Verder worden niet alle programmaonderdelen uitgevoerd zoals bedoeld. Een onderdeel dat minder goed wordt uitgevoerd is het ontwikkelingsvolgsysteem dat bij de programma’s hoort. In de praktijk passen leidsters en leerkrachten het aan of voeren het beperkt uit.

Duidelijke effecten toont het effectonderzoek (nog) niet aan. Alleen de voorscholen die het eerst (in 2000) zijn begonnen met de invoer van een voorschoolpro¬gramma laten hoopvolle resultaten zien, in het bijzonder bij de toetsscores voor begrijpend lezen. Het beeld bij de voorscholen die in latere jaren met een vve-programma zijn begonnen, is minder gunstig. Bij begrijpend lezen laten hun leerlingen nauwelijks verschil zien met de controlescholen en bij spelling en rekenen blijven ze zelfs wat achter. Uit de gegevens blijkt dat bezoek aan een reguliere speelzaal of crèche even nuttig is als deelnemen aan het programma in de peuterspeelzaal. Het is mogelijk dat de later gestarte voorscholen nog te kort bezig zijn met de uitvoering van het vve-programma en meer tijd nodig hebben om het goed te implementeren. Dan zouden de resultaten van de kinderen kunnen verbeteren, omdat er aanwijzingen zijn dat een betere implementatie van de programma’s samengaat met betere onderwijsresultaten bij de leerlingen.
Document type Report
Published at http://www.sco-kohnstamminstituut.uva.nl/pdf/technische%20rapporten%20VVE%20Rotterdam.pdf
Downloads
Permalink to this page
Back